Marcel Levi.Beeld Artur Krynicki

Zijn zij wel de ideale vertegenwoordiging van de samenleving?

PlusMarcel Levi

Na een opmer­kelijke actie van het Britse conservatieve parlementslid Jacob Rees-Mogg is er een einde gekomen aan de virtuele bijeenkomsten en stemmingen van het Britse Lagerhuis. Het leidde tot luide (en terechte) protesten van oudere en niet helemaal gezonde parlementsleden, die uit ­veiligheidsoverwegingen thuis moeten blijven en daardoor nu hun parlementaire werk niet meer kunnen uitvoeren.

Het officiële argument van Rees-Mogg was dat het parlementaire werk te belangrijk is om op afstand te doen. De echte reden is hoogstwaarschijnlijk een andere.

De nieuwe oppositieleider van Labour, de vlijmscherpe ex-officier van justitie Keir Starmer, maakt in het wekelijkse vragenuurtje tamelijk rigoureus gehakt van premier Boris Johnson. Dat wordt extra uitvergroot doordat de premier het in het virtuele Lagerhuis moet stellen zonder de steun van de applausmachine van conservatieve parlementsleden. Bijna iedereen is ervan overtuigd dat het weer verplicht fysiek aanwezig zijn is bedoeld om de wekelijkse dreunen die Starmer aan premier Johnson uitdeelt, te verbloemen en te verzachten door aanwezigheid van de achterban.

Het parlementaire duel tussen Starmer en Johnson was fascinerend, omdat het door de scherpe redeneertrant van de oppositieleider enkel om de ­feiten ging. Het debat werd daardoor ontdaan van al het politieke gedoe.

Nogal wat Britten vragen zich nu af of het land niet veel beter af is met een kleiner parlement en een meer inhoudelijk debat op hoofdlijnen dan met de eindeloze schreeuwpartijen die het Lagerhuis normaal kenmerken.

Ook in Nederland staat de omvang van het parlement op de agenda. Mark Rutte kwam eerder met een wetsvoorstel om het aantal Tweede Kamerleden te verlagen naar 100, maar dit plan sneuvelde snel. Niet helemaal onbegrijpelijk, want Nederland heeft naar verhouding het kleinste parlement van Europa en de werkdruk van de Kamerleden is nu al zeer aanzienlijk en laat serieus contact met kiezers en maatschappe­lijke organisaties buiten de Haagse bubbel nauwelijks toe.

Misschien is het interessanter niet zozeer te kijken naar het aantal Kamerleden, maar vooral naar hun achtergronden. Zijn zij wel de ideale vertegenwoordiging van de samenleving? 

Veel te veel parlementariërs zijn beroepspolitici, die in hun werkzame leven weinig anders zijn geweest dan politiek assistent, hulpje van de wethouder of ­fractiemedewerker. Er zijn niet genoeg Kamerleden die in hun eerdere loopbaan ervaring hebben opgedaan met een ‘echte’ baan, zoals verpleegkundigen, zelfstandig ondernemers, leraren, politieagenten of andere beroepen met mensen die weten hoe de wereld echt in elkaar zit en hun kennis niet alleen uit beleidsnotities en ambtelijke stukken putten.

Dat leidt wellicht ook tot een taalgebruik in het parlement dat door de bevolking beter wordt begrepen. Een ‘echtemensen­parlement’ zou het aanzien van de politiek geen kwaad doen.

Reageren?  m.levi@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden