Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Zijn woonkamer was net een volle vuilniszak

Plus Theodor Holman

Ze hadden foto’s gemaakt van zijn interieur: de plek waar hij gevonden was, zijn woonkamer die zich in niets onderscheidde van een volle vuilniszak, zijn bank met een duidelijke vlek, zijn boekenkast met twee van mijn boeken die ik hem had gegeven en een tafeltje waarop en waaromheen honderden, misschien wel duizenden Donald Ducks lagen.

Of ik die Donald Ducks wilde hebben.

“Je kleinzoon ook niet?”

Ik schudde weer mijn hoofd en bleef naar de foto’s op de mobiele telefoon kijken.

“En kan jij zien of die boeken wat waard zijn?”

Het waren er niet veel. Een stuk of vijftig. “Boeken zijn niks meer waard,” zei ik.

“Er is een oude bijbel bij.”

“Alleen het gouden slotje als dat er op zit.”

“Nee, het is een bijbel uit 1936, geloof ik.”

“Dat is niet oud,” zei ik.

Ik probeerde nog meer titels te ontwaren. Ik herkende Omnibus van Willy Corsari, die helaas tegenwoordig niet meer wordt gelezen, Buitelingen van Godfried Bomans en Verzameld Werk van Franz Kafka.

“Wil jij ze?”

Ik hoefde niet eens antwoord te geven, maar zei toch: “Nee, aardig van je, maar echt niet.”

“Dan gaat het allemaal weg.”

“Wanneer?”

“Morgen. Daar heb je bedrijven voor. Ze halen zo’n huis in een uur leeg.”

“Die Donald Ducks… misschien wil ik die toch.”

Maar meteen daarop zei ik: “Nee… nee, doe maar niet. Wat moet ik ermee.”

“Je kleinzoon toch?”

“Ja… Nee… Het is toch leuk om dat elke week in de bus te vinden en zelf te verzamelen.”

“Maar nu gaat het vernietigd worden.”

“Ja,” zei ik, “ja, het is niet anders.”

De tijdschriftencolporteur die bij ons vroeger ook ‘mijn’ Donald Duck in de bus deed, bleek een kindermoordenaar te zijn. Maar toen hij dat deed was ik al achttien en las ik Marx, die Oom Dagobert bestreed. Vreemd, hoe sommige gedachten in je kop opeens terugkeren. Zo ook – zeer scherp – mijn moeder die ontdaan de kamer binnenliep en tegen mijn vader zei: “Die Gerard… die Gerard is de moordenaar van Basje.”

“Ze zeggen wel eens dat hoe je huis eruitziet, je geest dan ook zo is,” zei iemand.

De opmerking sneed me in de vingers; mijn kamers hebben er vroeger ook zo uit­gezien en de paar schroefjes waarmee mijn geest bijeen wordt gehouden, zitten steeds losser.

“Dus hij is al begraven?”

“Ja. Op Sint Barbara.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden