Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

‘Zijn wij wel woke genoeg?’ vroegen we ons laatst af

PlusRoos Schlikker

“Zijn wij wel woke genoeg?” vroegen een vriendin en ik ons laatst af. Ja, ik word op Twitter weleens voor Gutmensch uitgemaakt, maar dat zal me aan mijn deuggleuf roesten, aangezien dit oordeel iederéén ten beste valt die dorst te zeggen dat holocaustontkenning een abjecte en infame liefhebberij is, George Soros wel iets beters te doen heeft dan het coronavirus middels Page-toiletpapier rectaal onze poeperdjes in te laten zwemmen, en de aarde vermoedelijk rond is ondanks het feit dat één op de honderd Nederlanders schijnt te geloven in de plattepannenkoekentheorie (ik zou willen dat dit laatste een grap was, quod non).

Maar zijn we voldoende mondig en actiebereid? Vaak hobbelen vriendin en ik achter ferme millennials aan, met name op het MeToo-vlak. Beschaamd biechtten we op hoe vaak we ons hebben laten bepotelen terwijl we dachten: het is wel klaar, jongeman. Maar een hand wegduwen leek zo onbeleefd. Ik schaam me ook nog steeds voor het gesprek dat ik als leerling-journalist voerde met een hooggeplaatste die, mijn meisjesborsten beloerend, bromde dat ik het ver zou kunnen schoppen in de schrijverij (de man schopte het zelf trouwens stukken verder en werd eind-eindbaas, wat maar weer aangeeft dat hufterschap loont).

Zouden we dat ons nog laten welgevallen? Ben je belatafeld. Probleem is echter dat ik secundair reageer. Zo is er een nieuw mantype opgestaan: de brugfluisteraar. Vroeger werd je weleens nageroepen met het brave ‘hé, lekker stuk’, waar wij meisjes altijd pesterig ‘Uniekaas’ achter riepen. Vervolgens kreeg je de sissers, wat al veel irritanter was. Maar tegenwoordig verpakt de viesverbale flirter het anders.

Afgelopen tijd trof ik er drie. Doodgewone mannen die me tegemoet wandelden. Net toen ik ze passeerde, fluisterden ze iets. “Geil,” hoorde ik van de eerste, een huisvadertype met kabeltrui. Ik fietste hard, dus eer ik snapte wat hij zei, was ik al van de brug. Ik verweet mezelf last te hebben van grootheidswaanzin, want zo attractief was mijn afgetrokken wintersnuit niet, maar aan de andere kant: sommige hondjes keffen tegen alles wat beweegt.

Dus overkwam het me een tijdje later opnieuw. Andere brug, andere man. “Hé vrouwtje,” hijgde hij. Vrouwtje? Ik ben kabouter Piggelmee niet. Opnieuw was ik te laat om te reageren. Of te laf? Kom Schlikker, je bent een deuggleuf of je bent het niet.

Gelukkig, mijn revanchekans kwam snel. Gisteren trof ik een hip, seminonchalant type. Hij rook nog lekker ook. Plotseling klonk het: “Sletje.” Sletje? Zei hij sletje? Of was het setje? Nee, dat sloeg nergens op. Kom op!

En zo stond deze week een verregende veertigersvrouw te blèren: “WAT NOU SLETJE!?” Gegeneerd keken omstanders weg. Je zag ze denken. Weer zo’n doorgedraaid figuur. Misschien aan de drugs? Gevalletje Gekkie? Ik was niet woke, ik was pathetisch.

De brugfluisteraar keek geshockeerd alsof ik hém verbaal bepoteld had. Een oudere dame knikte hem troostend toe. Wat maar weer bewijst dat hufterigheid loont. Maar van binnen wist ik het. Stiekem is de aarde plat. En ooit lazert hij eraf. Zijn eigen afgrond in.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden