Max Pam en Paul Bril. Beeld Artur Krynicki

Zijn wij Nederlanders zulke uitzonderlijke dierenvrienden?

Plus Max Pam en Paul Brill

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: spirituele Partij voor de Dieren.

Een soort sekte

Als er iets is dat ik totaal verkeerd heb gezien, dan is dat de opkomst van de Partij voor de Dieren. Trouwe lezers zullen zich on­getwijfeld nog herinneren dat ik op 14 april 2007 in deze krant voorspelde dat de PvdD ‘bij een volgende gelegenheid een grote val zal maken naar 0,0 zetels’. Zelden heb ik mij zo vergist, want sindsdien is de PvdD alleen maar gegroeid. Momenteel heeft de partij vier zetels in de Tweede Kamer, maar dat hadden er vijf kunnen zijn als mevrouw Femke Merel van Kooten-Arissen zich niet had afgescheiden.

Als verontschuldiging kan ik aandragen dat het er destijds even heel somber uitzag voor de PvdD. De partij had in reclamecampagnes gebruikgemaakt van Bekende Nederlanders en die ­liepen weg, de een na de ander. Schrijver-bioloog Maarten ’t Hart hield ermee op, toen hij hoorde dat partijleidster Marianne Thieme was toegetreden tot de kerk van de Zevendedags­adventisten. Hij wilde niet geassocieerd worden met de theologie van een christelijke sekte. Rudy Kousbroek, die had gezegd dat je de stand van een beschaving kunt aflezen aan de manier waarop er met dieren wordt omgegaan, volgde Maarten ’t Hart spoedig. Ook Kees van Kooten en Wim de Bie, die radiospotjes inspraken voor de PvdD, gaven er de brui aan.

Vanaf dat moment stond Marianne Thieme er alleen voor en gezegd moet worden dat zij haar invloed met verve heeft uitgebreid. Dat ze er vreemde spirituele ideeën op nahield, wist zij steeds op de achtergrond te houden, waardoor de PvdD voor veel kiezers acceptabel bleef. Zo geloven Zevendedagsadventisten niet alleen dat Jezus binnenkort op aarde terugkeert – de eerste (vergeefse) peildag lag op 22 oktober 1844 – maar zij zijn ook overtuigde tegenstanders van de evolutietheorie. Dat is natuurlijk eigenaardig voor een partij die zich vooral bezighoudt met alles wat eet en opgegeten wordt op deze aarde. Officieel staat de PvdD ‘neutraal’ tegenover de evolutietheorie, wat geen heldhaftige oplossing is.

Ondanks haar succes heeft de PvdD altijd iets van een sekte behouden, wat haar nu toch lijkt op te breken. Er waren afscheidingen, er werd een in zichzelf gekeerde voorzitter benoemd en het verlof en het latere vertrek van Thieme ­bleven in nevelen gehuld. Was zij ziek, had zij in die tijd een boek geschreven? We weten het niet.

Ik houd het erop dat al het gerommel komt door Thiemes nieuwe partner, de financieel-geograaf Ewald Engelen. Die heeft natuurlijk gezegd: “Marianne, ik ben dol op je, maar houd eens op met die onzin van de Zevendedags­adventisten.” Toen ze met die boodschap bij de partij terugkwam, waren de rapen gaar.

Max Pam

Machtige lobbyarm

Eerlijk gezegd heb ik lange tijd in de veronderstelling verkeerd dat een politieke partij voor dierenrechten een puur Nederlands fenomeen was. Maar toen ik me er na de laatste Tweede Kamerverkiezingen, die de Partij voor de Dieren maar liefst vijf zetels opleverden, nader in verdiepte, bleek dat een misvatting. Er zijn zeker twintig landen waar een soortgelijke partij bestaat.

In Italië heb je de Partito Animalista Italiano, in Finland Elaïnoikeuspuolue (voor wie het Fins niet goed beheerst: Partij voor de Dierenrechten), in Canada de Animal Protection Party of Canada, in Brazilië de Partido Animais en in Australië de Animal Justice Party. In Duitsland heb je zelfs twee dierenpartijen. Taiwan kent trouwens een Boompartij, maar nu dwaal ik af.

Qua parlementair succes staan vrijwel alle buitenlandse dierenactivisten in de schaduw van de PvdD. Voor zover ik kan nagaan, is buiten Nederland alleen in Portugal een dierenpartij door­gedrongen tot de nationale volksvertegenwoordiging. Met vier zetels op een totaal van 230. De Australische dierenpartij heeft een zetel in de parlementen van de staten New South Wales en Victoria. Het Belgische DierAnimal is vertegenwoordigd in het parlement van het Gewest Brussel. Dat is het wel zo’n beetje. Er is voor Marianne Thieme nog heel wat missiewerk aan de winkel.

Zijn wij Nederlanders zulke uitzonderlijke dierenvrienden? Of moet de conclusie zijn dat de PvdD bij uitstek kan floreren in een land waar overtuigingen het liefst in de beschutte om­geving van gepatenteerde gelijkgezinden worden beleefd?

Misschien verkijken we ons een beetje op het belang van directe politieke participatie. Neem de Verenigde Staten. Dat land telt ook een dieren­partij, maar alleen al vanwege het districtenstelsel is het voor zo’n one issue party vrijwel onmogelijk om een zetel in een State House te bemachtigen, laat staan in Washington.

Maar voor de zaak van de dierenrechten en voor het natuurbehoud is dat ook geen dwingende eis. De Amerikaanse milieubeweging is kapitaalkrachtig en heeft een machtige lobbyarm. Cowboys in Montana verbijten zich over de invloed van ‘stadsmensen die Bambi komen ­redden’.

In 2016 was ik in het zuidoosten van Ohio, een kwakkelend deel van de Rustbelt waar nog maar één ding economische redding brengt: het produceren van schalieolie. Hillary Clinton was daar mordicus tegen. Plaatselijke Democraten hoopten dat voor hun geplaagde regio een uitzondering kon worden gemaakt, maar dat was onbespreekbaar. Dat zou haar in conflict met een cruciale geldschieter hebben gebracht.

De milieubeweging stond uiteindelijk met lege handen, want Donald Trump veroverde Ohio en vervolgens het Witte Huis. Maar dat viel in de categorie betreurenswaardige neveneffecten.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden