PlusColumn

Zijn ontvoering vond een week geleden plaats

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Hij zit sinds kort in een Whatsappgroep voor mensen die een keer door buitenaardse wezens zijn ontvoerd. Zijn ontvoering vond een week geleden plaats. Hij liep in zijn eentje over het Amstelveld. Het was al laat.

De maan had haar jas nog niet aangetrokken maar wel ­alvast een taxi gebeld. En toen zag hij het. Er hing een soort grote snelkookpan boven de Utrechtsestraat. In de voorkant van het toestel zat een raam en achter het raam zag hij 42 oogjes. Hij telde de ogen.

Normaal wordt hij rustig van tellen, maar dit keer hielp het niet. De pan zigzagde tussen de bomen door en landde op het voetbalveldje. Toen gebeurde er een paar minuten niets. Hij beet hard in zijn wang om te kijken of hij aan het dromen was, maar toen hij bloed proefde, wist hij zeker dat hij wakker was.

Eigenlijk was het helemaal geen ontvoering. Hij stapte zelf in. Het was meer een soort intergalactisch carpoolen. Echt onveilig heeft hij zich die ochtend dan ook niet gevoeld. Ze wilden hem niet pijn doen of zijn ­lichaamsopeningen grondig onderzoeken. Nee, ze wilden hem alleen dingen laten zien.

Het eerste wat ze hem lieten zien, was hoe klein de aarde van een afstandje is. Als een beschimmelde kauwgombal hing de aarde voor hem. Zo breekbaar. Hij wilde een raampje opendoen en de aarde uit de lucht plukken. Zo klein.

Hij wilde de aarde in zijn mond stoppen en erop zuigen. De oceanen proeven en de aarde als een zonnebloempit openbijten. Hij wilde de kern van alles zien. De pit van onze planeet in zijn binnenzak ­bewaren.

"Zouden jullie naar een nog mooiere plek in het heelal kunnen vliegen? Dan plant ik de pit van de aarde op die plek. Dan kan de mens opnieuw beginnen. Schone zeeën, schone lakens. Ik wil de aarde ­opnieuw planten. Mag dat?" zou hij aan de ogen hebben gevraagd.

Maar de ramen konden niet open. Hij vroeg het nog aan de piloot, maar die zei dat als je iets goed kunt zien, je het in feite niet meer aan hoeft te raken. Dat zien genoeg was. En toen vlogen ze terug naar aarde.

Het Amstelveld was nog steeds leeg toen het schip erop landde. Hij stapte uit en zag de grootste flits ooit.

In de Whatsappgroep zitten alleen maar mensen die hem geloven. Alleen maar mensen die weten hoe klein de aarde van een afstandje is. Ze weten dat we in feite op een moedervlek leven. Een moedervlekje op een ­hemellichaam.

Soms kijkt hij in zijn binnenzak om te kijken of die pit er toch misschien in zit. De pit van onze planeet. Hij zou de pit graag in het Vondelpark willen planten. En dat er dan een andere aarde uit de aarde groeit. Een nieuwe aarde.

Hij denkt nog vaak aan al die oogjes achter het glas. En aan die grootste flits ooit. Het was alsof God een selfie in het donker nam.

Ze kwamen in vrede en toen werd de aarde zwanger.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden