Theodor Holman, Beeld Artur Krynicki

Zijn christelijke vader sloeg hem elke dag half bewusteloos

Plus Theodor Holman

Mijn moeder was ‘geestelijk raadsvrouwe’ bij het ­Humanistisch Verbond. Ze bezocht gevangenen, haalde ze soms in huis (‘Freek moet een paar weken hier logeren, dus wees aardig voor hem’) en toen ik zestien was, haalde ze ook een Kanjer van Lichte Zeden in huis en moest ik, na de ‘Gewel­dige Dame’ een handje te hebben gegeven, bij m’n zuster in Den Haag logeren. Dat leek m’n moeder toch verstandiger. Gevolg was dat ik ­elke dag om vijf uur moest ­opstaan om op tijd op school te komen. Gelukkig had de ­dame na drie weken weer ‘werk’ gevonden, en mocht ik thuiskomen.

Het Humanistisch Verbond maakte zich in die tijd druk om de emancipatie van homoseksuelen en die kwamen dan ook regelmatig bij ons thuis. Ik herinner me ontwerper Benno Premsela en uitgever Johan Polak – wat die bij ons thuis deden, weet ik helaas niet, maar vaak gingen de gesprekken over de opvang van jonge mannen die van huis waren weggelopen.

Zo ook Paul. Op een dag zat hij bij ons thuis. Hij was een jaar ouder dan ik.

Van Paul hoorde ik hoe zijn christelijke vader hem elke dag half bewusteloos sloeg.

“Waarom deed je vader dat?”

“Omdat hij seksuele dingen bij me deed.”

Aan die vader werd niks gedaan. Mijn vader, een jurist, vond dat onbegrijpelijk, evenals mijn moeder, maar Paul wilde dat men zijn ouders ­ongemoeid liet.

Angst uit zich ook soms in misplaatst mededogen.

Op mijn kamer draaiden we platen van de Beatles en de Stones en Paultje vroeg of ik het weleens met een meisje had gedaan. Ik schudde mijn hoofd en toen vroeg hij of ik me weleens aftrok.

“Ja… weleens,” zei ik roodgloeiend van schaamte omdat ik meende dat ik eigenlijk leed aan masturbatieverslaving. Hij trok zich ook af, zei hij, terwijl hij dacht aan mooie jongens…

Op een dag kwam Paul niet meer bij ons. Hij was naar zijn ouderlijk huis teruggegaan. Over wat er daar zou kunnen gebeuren, zwegen we.

Een maand later hoorden we dat Paul zelfmoord had gepleegd. Mijn moeder was in tranen. Toen mijn moeder eindelijk zijn moeder aan de telefoon had, werd de verbinding verbroken.

Een jaar later vertelde mijn moeder dat de vader van Paul eveneens zelfmoord had gepleegd. Pauls jongere broertje was naar een christelijk tehuis gebracht. Die moet nu zestig zijn.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden