Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

Zijn benen begaven het

PlusJessica Kuitenbrouwer

Op het bruggetje staat mijn vrolijke achterbuurman met zijn circushondje. Hij kijkt bezorgd. Naast een lantaarnpaal staan twee vijftigers voorovergebogen. Aan de voet van de paal zit een oude man onderuitgezakt. Zijn rollator staat verderop op de brug.

“Gewoon vastgelopen. Zijn benen be­gaven het,” vertelt mijn achterbuurman geschrokken.

Ik vraag de oude man of ik niet iemand moet bellen, een familielid of 112, waarop hij mompelt dat dat toch geen zin heeft.

“Hij moet naar nummer 124, daar woont hij.” Een van de vijftigers heeft zich om­gedraaid.

“Dat is de brug over en dan nog een stuk die kant de gracht op,” weet ik.

De vijftigers kijken naar het gebouw dat ik aanwijs. Het is te ver om de oude man helemaal naartoe te tillen. Hij is mager, maar lang en broos.

We overleggen, overwegen buurmannen met spierballen te bellen of een auto te gaan halen, maar dan stoppen er twee buurtbewoners in hun bestelbusje. Ze kunnen de oude man niet inladen, want de wagen heeft maar twee zitplaatsen en ze moeten ergens heen, maar ze hebben, wonder boven wonder, wel een rolstoel in de kofferbak die we mogen lenen.

De rolstoel is stevig, maar vrij klein. De oude man past er eigenlijk niet goed in. Met zijn tweeën rollen de vijftigers hem over de gracht. De een duwt de stoel, de ander zorgt dat de man er niet uit valt. Ik draaf met de rollator achter ze aan.

De oude man is compleet uitgeput en kan maar moeilijk zijn sleutels vinden. Als de voordeur eenmaal open is, zien de vijftigers en ik dat de enige benedenwoning nummer 130 is. Er is geen lift.

Met een omweg vertelt de oude man dat hij op de derde etage woont. Normaal neemt hij gewoon zelf de trap, verzekert hij ons nog.

De vijftigers en ik kijken elkaar wanhopig aan, maar dan komt gelukkig een bekende van de oude man voorbij die precies weet wat ze moet doen en het van ons overneemt.

Op de brug staat nog steeds mijn vrolijke achterbuurman mijn fiets te bewaken.

“Ik ben blij dat ik nu weet waar hij woont – kan ik hem een beetje in de gaten houden,” zegt hij. “Wie weet ben ik over een paar jaar ook wel zo…” voegt hij er somber aan toe.

“Dan zal er vast wel iemand zijn die jou weer in de gaten houdt, toch?!” troost ik hem.

Het circushondje snuffelt kwispelend aan een struik.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden