Column

Zijn allereerste dode was een buurvrouw in de Planciusstraat

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Als je vijf keer de naam van een overleden persoon in een spiegel zegt, zal die persoon verschijnen. Dit heeft hij een keer in een film gezien. Het was in de jaren ­negentig van de twintigste eeuw. In de tijd dat hij nog geen overleden personen kende.

Maar vandaag de dag kent hij erg veel ontzielden. Hij zou met gemak een rondvaartboot met ze kunnen ­vullen. Ouders, ex-vriendinnen, meesters, juffen, ­buren, honden en hartsvrienden.

Zijn allereerste dode was een buurvrouw in de ­Planciusstraat. Ze kreeg een hartstilstand toen ze het vuil buitenzette. De stoep was haar sterfbed. De vuilniszakken haar naaste familie. Hij keek uit zijn slaapkamerraam naar de buurvrouw die naar onder de grond aan het verhuizen was.

Zijn vierde dood was een huisdier. Tommy de hond overleed een dag voor kerst. Hij was onder de kerstboom gaan liggen om te sterven. Met zijn hoofd op het rode crêpepapier. Tommy lag tussen de cadeautjes in. Hij ademde nog. Rustig rende hij naar de kerstlichtjes die aan het einde van de tunnel hingen.

Hij staat in de badkamer. Vandaag gaat hij namen in de spiegel zeggen. Hij wil beginnen met Tommy. In de hal heeft hij een schaaltje hondenbrokjes neergezet, ­gewoon, voor het geval dat. Dood zijn maakt vast ­hongerig.

"Tommy. Tommy. Tommy. Tommy. To..."

De man durft het niet. Hij is bang dat het zal werken. En dat hij opeens weer voor een hond moet gaan zorgen. Daar heeft hij helemaal geen zin in. Hij mist ­Tommy, dat zeker, maar zo erg mist hij hem ook weer niet. Het geblaf in de nacht, de haren op het kleed en de geur in zijn Mazda.

Maar toch gaat hij weer voor de spiegel staan. Tommy is de lakmoesproef. Hij moet dit doen. Al zijn favoriete mensen wonen in de spiegel die voor hem hangt.

"Tommy. Tommy. Tommy. Tommy. Tommy."

Er gebeurt niets. Misschien werkt het niet bij honden, denkt hij.

"Hanna. Hanna. Hanna. Hanna. Hanna."
Niets.

"Papa. Papa. Papa. Papa. Papa."
Niets.

"Ruben. Ruben. Ruben. Ruben. Ruben."
Niets.

"Wat had je dan gedacht, uilskuiken? Het is maar een film," zegt hij tegen zijn spiegelbeeld. "Je moet het met de levenden doen, net als ieder ­ander. Je zit opgezadeld met de zielhebbenden. Het is niet anders."

"Mama. Mama. Mama. Mama. Mama."

Met alleen zijn ziel onder zijn arm verlaat hij de badkamer. Hij neemt plaats op de bank en klikt met de ­afstandsbediening de televisie aan. De man zapt wat. Hij schudt met zijn hoofd. Op het scherm ziet hij bekende Nederlanders alles doen behalve dat ene ding waar ze bekend mee zijn geworden. Hij begrijpt het niet.

"Jij bent een goede fotograaf, ga maar dansen. En jij daar, ja jij, jij bent een extreem getalenteerde sporter, maar ik wil dat je een liedje van Bruno Mars gaat zingen," hoort hij John de Mol zeggen. Dat is wat de moderne televisie is. Je moet uitblinken in alles behalve in datgene waar je in wilt uitblinken.

De man vindt het lekker om te mopperen. Als hij moppert, is hij niet alleen. Hij loopt naar de keuken om een biertje uit de koelkast te pakken.

De man is zo druk aan het mopperen dat hij niet ziet dat het schaaltje hondenbrokken is leeggegeten.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden