Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Zij schelden alweer op Baudet en Wilders en nota bene Harry Mens

PlusTheodor Holman

Ernstige oudemannenverkoudheid en oppasplicht. Na een uur ‘nee opa, nee, nee opa, wil ik niet, nee opa!’ rijpt er een migraine in de vorm van een lichtgevende stralenkrans aan de rechterkant van mijn gezichtsveld.

Ik kan eigenlijk niks doen, maar juist nu wordt er van mij kordaat optreden verwacht.

Dan wordt er gebeld. Het blijken goede vrienden te zijn die ik wel móét ontvangen. Ze hebben ook een hond. En nog voor mijn gasten hun jas uit hebben, blaffen Koos en Lik keiharde volzinnen waarin ze vertellen dat ze elkaar gaan verscheuren. De kleinkinderen willen de honden trouwens als paarden gebruiken wat uiteraard niet mag, maar ik heb het gezag niet van hun ouders.

Ik hoor ook honden- en kindergejank terwijl Peter en Louise mij alles vertellen over het naderende einde van een andere goede vriend van ons, die zijn laatste uren huilend doorbrengt. “En hij is net zo oud als jij, wist je dat?” En opeens staat mijn tv aan en hoor ik een prinsesje zeggen: “We zitten hier gevangen, Wolf… Help!”

“Opa, opa, ik ben bang!” Waarna Bloem begint te huilen en de honden de tweede stem meejanken, terwijl Peter en Louise proberen met een verbale tractor mijn wereldbeeld omver te trekken door te zeggen dat ze hebben genoten van de boeken van Rutger Bregman en Arnon Grunberg en dat ze zeker het boek van Bas Heijne gaan kopen.

Ik moet denken aan onze huilende, stervende vriend en vraag of ze soms bij hun laatste bezoek hun literaire smaak aan hem hebben opgedrongen. Maar zij schelden alweer op Baudet en Wilders en nota bene Harry Mens en willen met mij een discussie beginnen over de teloorgang van het liberalisme, terwijl ik ape­stoned ben van de paracetamol, imigran, metoprolol en nog iets met een a, een ronde witte pil, waartegen weet ik niet.

Ik hoor dan dat een machete wat Londenaren verwondde en is neergeschoten, dat twee Marokkaantjes gehakt hebben gemaakt van Harry Mens, dat Baudet bestaat uit twee vrouwelijke Marokkaanse conducteurs en ik zie dat mijn kleindochter zich aan het uitkleden is in verband met een balletvoorstelling voor de gasten, terwijl mijn kleinzoon een beker melk morst, waarna hij de koffie van Louise omstoot en het snot uit mijn ogen, neus en mond stroomt.

Ik bel mijn moeder, ook al is die twintig jaar dood.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.nl 

Lees ook:
De rode sjaal als waarschuwing voor een pijnlijke ontmoeting
Ik zette de kinderen eerst, met kleren aan, in de sauna
‘Je zou een uitstekende dictator zijn, Mark Rutte’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden