PlusRoos Schlikker

Zie mij blij springen in de branding

Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

‘Daar gaat ie. Hoofd in nek. O, wat heeft ze het leuk. Kijk, ze geeft hem precieze aanwijzingen. Van boven fotograferen. Nóóit van onder. Ah, hier zien we een klassiekertje. Joe, ik ben zo blij! Armpjes in de lucht. Zie mij springen in de branding!’

We weten dat we flauw zijn, maar het is sterker dan onszelf. Iedere dag zien mijn man en ik er wel eentje: een jonge vrouw die haar vriend dirigeert om precies de goede foto’s op het Italiaanse strand te nemen. Het poseerarsenaal is eenduidig, alsof er een Instagram-pictures-on-the-beach-love-my-life-handboek bestaat.

Eentje terwijl ze het water uit heupwiegt. Eentje waarbij ze over haar bruine schouder kijkt. De onvermijdelijke springfoto. Doorgaans eindigt de sessie met het standje dat wij ‘poenie in het zand’ noemen: vrouw ligt op buik terwijl golven over haar heen spoelen alsof ze haar lichte kusjes geven. Dat ze daarna moet opstaan zorgt bij ons altijd voor hilariteit, want schuurkorrels op edele delen zijn stukken minder love-my-life.

Het is de kift natuurlijk. Ik zou willen dat ik als twintiger met zo veel zelfovertuiging orders gaf. Het heeft lang geduurd voor ik mijn leven enigszins dorst te regisseren, aangezien ik een volgzaam type ben. Dat dacht ik althans. De mens kent zichzelf echter slecht. Een paar jaar geleden deed ik een uitgebreide psychologische test. Daaruit kwam naar voren dat tachtig procent van de vrouwen van mijn leeftijd gezagsgetrouwer is dan ik. Er zit dus een rebel in mij, maar daar heb ik een enorme saus aanpassing overheen gegoten. Sociale wenselijkheid. Behaagzucht zelfs, vrees ik. Dus doe ik wat fotografen willen.

Misschien omdat nurture de nature overstijgt. Mijn moeder was mannequin, waardoor ik als vanzelf het kindermodellensegment inrolde. Ik kon uitstekend op commando lachen. Dat was leuk tot ik ­vijftien werd en mijn lichaam een rebelse daad stelde: ik kreeg heupen, in de grunge­looktijd een absolute doodzonde.

Ik kan me nog een casting herinneren voor het behamerk Boobs & Bloomers.

Een voor een dienden wij jonge meisjes in ondergoed langs een tafel reclamejongens te paraderen. Gedurende die jaren verdroeg ik amper mijn eigen spiegelbeeld. Borstjes, billen, het voelde nog niet eigen, alsof iemand het er in één nacht eigenhandig op had gekleid. Nu keurden tien mannen met streepmonden of ik een beetje aardig uit de vorm was gekomen.

Ik ging weg die middag en wilde niet meer terugkomen. Zo rabiaat was ik blijkbaar wel. Maar lange tijd kon ik mijn vertrek niet zien als daad van verzet. Het voelde eerder als niet kunnen voldoen.

Het meisje in de branding voldoet in haar eigen ogen hopelijk stukken meer. Ze viert zichzelf, haar vent mag de slingers ophangen terwijl hij haar fotografeert. Op haar buik in het zand straalt ze richting de lens. Na een kwartiertje staat ze op. Moeizaam. Maar ze kijkt tevreden naar het eindresultaat omdat zij het al weet. Zij lacht alleen op haar eigen commando. En het is niet erg als het even schuurt.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden