Opinie

‘Zet ook de ‘Facebookwet’ in voor fatsoen op sociale media’

Wordt de vrijheid van meningsuiting beperkt doordat Facebook Zwarte Piet verbiedt? Nee, schrijft Hanna Luden, directeur van het Cidi, het is de maatschappelijke druk die dit bepaalt.

Een mening geven over Zwarte Piet krijgt op sociale media meer gewicht dan op een etalage. Beeld Getty Images
Een mening geven over Zwarte Piet krijgt op sociale media meer gewicht dan op een etalage.Beeld Getty Images

‘Ik mag toch zeggen wat ik vind?” is een bekende reactie van kinderen, als zij gecorrigeerd worden omdat ze iets ongepast hebben gezegd. Opvoeden is onder andere kinderen grenzen aan­leren. De discussie is niet of we grenzen stellen, maar welke grenzen we stellen. Deze variëren per gezin en per land.

Toch zijn er zaken waar we het met zijn allen over eens zijn. Zoals bijvoorbeeld het verbieden van het oproepen tot geweld, ook op sociale media. Het publiceren van aanstootgevende beelden mag niet volgens de wet, ook niet op Facebook. Wat precies aanstootgevend is verschilt echter per land, cultuur, per persoon.

Fatsoenlijk en acceptabel

De vraag is dan ook niet of de vrijheid van meningsuiting door Facebook wordt aangetast door het aangescherpte beleid ten opzichte van Zwarte Piet en ‘sommige Joodse stereotypen’. De vraag is wat wij fatsoenlijke uitingen vinden. Wat wij acceptabel vinden in het publieke debat.

De ene krant publiceert daarom een bepaalde afbeelding wel, en een andere niet. Dit geldt voor meer zaken en we noemen deze keuzes journalistieke verantwoordelijkheid die bovendien achteraf kan worden aangevochten bij de Raad voor de Journalistiek of bij de rechter.

Kranten, tv-kanalen en radiostations hebben het recht (soms zelfs de plicht) om materiaal of advertenties te weigeren als ze deze ongepast vinden. Ze kunnen zelfs worden aangeklaagd wanneer ze ongepast materiaal publiceren.

Maatschappelijke druk

De vrijheid van meningsuiting is niet de enige vrijheid die we kennen. Uitoefening van dit recht moet in balans staan met andere vrijheden. Zoals het recht op de waarheid, het recht op veiligheid en meer. De vraag is dus: wat vinden wij toelaatbaar en wat niet? Een belangrijk kenmerk van beschaving is de regels van het toelaatbare kennen.

De socialemediabedrijven – commerciële ondernemingen met winstoogmerk – kennen geen beschaving en grenzen, zij hebben deze allang overstegen. Bovendien zijn zij zelf verantwoordelijk voor hun huisregels. Het is de maatschappelijke druk die hen dwingt om te investeren in het bewaken van de fatsoens­regels op hun platformen.

Het is juist hun kracht – het internationale bereik – die ervoor zorgt dat het moeilijk is om de fatsoensnorm te bepalen. Internationaal bereik betekent dat men te krijgen maakt met botsende culturen. Zaken hebben het lokale overstegen, zelfs Zwarte Piet. Want ook in Nederland lezen wij berichten uit Amerika, Zimbabwe en Japan, en ook daar zien ze Nederlandse berichten.

Het paradoxale is dat de gebruikers juist thuis zitten en denken dat hun post vergelijkbaar is met wat ze in de woonkamer of in de kroeg zeggen. Juist dit paradoxale verschil veroorzaakt grote problemen, want een grap heeft binnenskamers een ander betekenis dan op een internationaal platform.

Feiten en complotten

Er zijn zaken die dit probleem overstijgen. Het verschil tussen feiten en meningen bijvoorbeeld: een groot probleem van onze tijd, met dank aan dezelfde sociale media en hun gigantische bereik. Hierbinnen spelen complottheorieën en Holocaustontkenning helaas een grote rol.

En ook op het gebied van feiten hebben sociale media een rol te vervullen – waar ze nu langzaam een begin mee maken – van factchecker. Of ze ook de daad bij het woord zullen voegen en fake nieuws als zodanig zullen markeren en verwijderen, is nog een grote vraag. Ook hiervoor is maatschappelijke druk hard nodig.

Willen wij in staat zijn om van de veelbelovende technologie achter sociale media te profiteren, dan moeten we ervoor zorgen dat de risico’s beheerst worden en de problemen opgelost. Gelukkig gebeurt dat steeds vaker door ze verantwoordelijk te houden voor wat op hun platforms wordt gepubliceerd. De technologie van sociale media is misschien wel onmisbaar in de moderne wereld, maar de risico’s en problemen ervan kunnen wij missen als kiespijn. Socialemediabedrijven moeten daarom door de wet verantwoordelijk gehouden worden voor wat er op hun platform wordt gepubliceerd, net als elk ander mediabedrijf.

Hanna Luden, directeur Cidi, Centrum Informatie en Documentatie Israël.  Beeld Claudia Kamergorodski
Hanna Luden, directeur Cidi, Centrum Informatie en Documentatie Israël.Beeld Claudia Kamergorodski
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden