Opinie

‘Zet niet alleen in op werkgelegenheid, vergeet structurele armoede niet’

Veel mensen verliezen hun baan door de coronacrisis. De armoede groeit, ziet Milio van de Kamp, maar let vooral op hen die te maken hebben met structurele armoede.

Buurtwerkers Claire Wielzen (L) en Astrid Blank (R) zetten dozen klaar met voedsel voor de buren.Beeld Eva Plevier

Het uitbreken van de coronapandemie heeft onze economie een flinke klap gegeven. In een korte tijd verloren honderdduizenden mensen hun baan. Sinds de regels versoepeld zijn, kunnen veel van deze mensen weer aan het werk, maar, zoals in elke crisis, worden de structureel armen het hardst geraakt.

Helaas wordt armoede vaak gereduceerd tot een financiële grens: de armoedegrens. Natuurlijk is het beleidsmatig van belang een duidelijke grens te trekken en te weten wanneer een situatie wel of niet leefbaar is in onze samenleving. We staren ons echter blind op dit simpele onderscheid, wat adequaat armoedebeleid bemoeilijkt. De armoedegrens maakt het bijvoorbeeld lastig structurele en incidentele armoede van elkaar te onderscheiden.

Zuidoost

Bij incidentele armoede komen mensen tijdelijk in armoede terecht, bijvoorbeeld door het verlies van hun baan. Naar verwachting leven veel van deze mensen tijdelijk onder de armoedegrens en herstellen zij daarna weer.

Structurele armoede zit een stuk dieper. Die treft een groep mensen die al vóór de coronacrisis in armoede leefde en, zonder effectief ingrijpen van de overheid, waarschijnlijk nog lang in armoede zal blijven leven. Vaak zijn dit families die al een aantal generaties in armoede ­verkeren en tijdens het uitbreken van de coronacrisis nog bezig waren de vorige crisis te verwerken.

Dit is de groep die het eerst en het hardst is geraakt door de coronapandemie. Deze mensen wonen veelal in kansarme wijken. Zij werkten als flexwerker of zwart en zijn hun complete inkomen verloren. Veel voorbeelden hiervan zijn te vinden in Amsterdam-Zuidoost, een plek waar structurele armoede al sinds de jaren tachtig aanwezig is en waar in sommige wijken meer dan de helft van de bewoners tot de minima behoort. Kwetsbare gezinnen verloren hun zwarte baan en kunnen sindsdien de luiers voor hun kinderen niet meer betalen. Voedselbanken draaien hier overuren, sommige kinderen hebben, doordat zij thuis geen internet hebben, een gigantische leerachterstand opgelopen.

Deze gezinnen, die voor de crisis al onder er­barmelijke omstandigheden moesten leven, komen nu nog verder onder druk te staan. Een verhoging van de (al chronisch aanwezige) stress, depressies en onveilige thuissituaties maken het ze nagenoeg onmogelijk aan deze situatie te ontsnappen als dat moet zonder specifiek op structurele armoede gericht beleid.

Als we geen onderscheid maken tussen incidentele en structurele armoede, zullen we altijd te maken blijven hebben met een vertekend beeld. De vele verschillende manieren om armoede te bestrijden, worden namelijk veelal geëvalueerd op basis van armoedereductie.

Wanneer je inzet op werkgelegenheid, doorgaans de meest efficiënte manier om incidentele armoede te verbeteren, is de kans vrij groot dat dit een vrij sterke armoedereductie tot gevolg heeft. Maar wat er in dit scenario gebeurt, is dat de structureel armen vast blijven zitten in armoede, ondanks de verbeterde cijfers, wat weer resulteert in een grotere kloof tussen rijk en arm.

Werkende armen

De Nederlandse overheid legt een sterke nadruk op arbeidsparticipatie, waarbij mensen in armoede de mogelijkheid zouden hebben zichzelf uit de structurele armoede op te trekken. Deze aanpak neemt vaak niet de groeiende kansenongelijkheid in acht en houdt geen rekening met de groep werkende armen in dit land. Mensen met minder kapitaal zullen te allen tijde aan de onderkant van de samenleving blijven hangen, aangezien zij niet de middelen hebben om een middenklassebaan te bemachtigen.

Losse termen als de armoedegrens en armoedereductie zijn daarom te beperkt en dragen bij aan het structureel arm houden van een grote groep mensen. We moeten niet alleen geld investeren in het vergroten van werkgelegenheid na de coronacrisis, maar specifiek investeren in beleid rondom het terugdringen van ­kansenongelijkheid. Denk aan financiële ­educatie, jongerenwerk en het onderwijs. Alleen dan zullen we in staat zijn struc­turele armoede op de lange termijn aan te ­pakken.

Milio van de Kamp

Docent interdisciplinaire sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en jongerenwerker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden