Reza Kartosen-Wong Beeld Artur Krynicki

Zelfs met vastgoedtypes heb ik iets gemeen

Plus Reza Kartosen-Wong

Collega Massih Hutak schreef 2 mei op deze plek een mooie ode aan zijn favoriete ijssalon in Noord. Zijn beschrijving daarvan geldt voor meer Amsterdamse ijssalons: het zijn plekken waar het wemelt van kindergeluk en mensen met uiteenlopende sociale en culturele achtergronden.

Ik zie hetzelfde wanneer mijn oudste zoon een kinderhoorntje met een bolletje ijs – altijd ­aardbei – en een topping – soms spikkels, dan weer smarties – mag halen op de Bos en Lommerweg, in onze buurtijssalon die lekker handig om de hoek van de crèche van mijn jongste zoon zit. Die crèche is dankzij de inzet en aandacht van de leid(st)ers trouwens ook zo’n warme inclusieve mini-samenleving.

IJssalons en crèches bezitten de potentie om verbinding en saamhorigheid te faciliteren. Het zijn plekken waar je van jongs af aan in contact kan komen met mensen die ‘anders’ zijn qua afkomst, religie, gezinssamenstelling, klasse. Dat is hard nodig, zeker in buurten als Noord en Bos en Lommer waar de doordenderende gentrificatie sociale tegenstellingen vergroot.

‘Hippe koffietentjes’ daarentegen, worden juist gezien als plekken die sociale inclusie en cohesie in de buurt belemmeren. Ze zouden alleen de (witte) culturele elite, hipsters en millenials bedienen.

Nu zijn er zeker koffietenten waar hautaine barista’s alleen oog hebben voor de ‘koffie-elite’. Waar ‘gewone’ Amsterdammers geen warm welkom wacht. Maar er zijn ook laagdrempeligere hippe koffietenten waar het publiek gemengder is dan vaak wordt gedacht. Waar onverwachte ontmoetingen en gesprekken tussen mensen uit verschillende leefwerelden voortdurend plaatsvinden.

Neem mijn stamkoffietent White Label Coffee. Daar genieten mensen die van elkaar verschillen qua afkomst, etniciteit, cultuur, religie, klasse en lifestyle naast elkaar van hun koffie. Maakt een moslima een ongedwongen praatje met een ‘typische’ hipsterjongen. En bespreekt een witte buurvrouw van in de tachtig vanachter haar rollator het laatste buurtnieuws met een van de vriendelijke barista’s.

En in Samen, nog zo’n inclusieve koffietent in mijn buurt, kwamen onlangs twee witte vijftigers tegenover mijn vrouw en mij zitten. Oer-Amsterdamse mannen, opgegroeid in Bos en Lommer. Vastgoedtypes die onderling spraken over een ‘leuk klokkie van tien ruggen’. Mannen waar mijn vrouw en ik niets mee gemeen hadden. Dachten we. Want voor we het wisten raakten we gezellig aan de praat over een van onze favoriete onderwerpen: dimsum. De mannen bleken echte liefhebbers.

Dit soort onverwachte ontmoetingen zijn waardevol en versterken mijn sense of belonging, mijn Amsterdammer­schap. Net als ijssalons en crèches faciliteren sommige koffietenten dus ook momenten van verbinding. Vormen ze kleine, inclusieve gemeenschappen-in-verscheidenheid. Dát is mijn kindergeluk.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool.

Reageren? reza@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden