James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Ze ziet eruit als een vis onder het ijs

Plus James Worthy

Terwijl ik sta te tanken, kijk ik naar alles wat ik heb. ­Alles zit in de auto die loodvrije benzine aan het drinken is. Mijn zoon eet een krentenbol met boter en mijn vrouw is met veertig mensen tegelijk aan het whats­appen. Zij kan dat. Ze staat altijd voor iedereen klaar. Ik kan dat niet.

Ik heb geen rijbewijs en toch sta ik te tanken. Mijn vrouw gunt me dit. Voor even ben ik een autorijder. De man die aan de andere kant van de pomp staat te tanken, kijkt naar me en geeft me een knikje. Ik ben dol op knikjes. Ze geven me het gevoel dat ik ergens bij hoor. Ik geef de man een knikje terug en kijk in zijn ­auto. Op de achterbank zit een sombere jongen met een sporttas op zijn schoot. Zijn haar is nog nat.

“Hij heeft 7-1 verloren. Vandaar dat hij zo verdrietig kijkt,” zegt de man.

“Hoe ga je hem opvrolijken?”

“Met fastfood, frisdrank en leugens. Net als vorige week.”

Ik geef de man nog een knikje.

Mijn zoon hangt uit het raam en kijkt naar hoe ik tank. Hij snuift de brandstoflucht op en zegt dat het lekker ruikt. Mijn vrouw is nog steeds mensen aan het geruststellen met korte zinnen en emoticons.Bij pomp 12 staat een jongen met een sigaret achter zijn oor. Ik knik ook naar hem, maar hij knikt niet terug. Ik ben te oud voor zijn clubje.

In de rij voor de kassa sta ik achter een man die een bosje tankstationrozen gaat kopen. De rozen zien er moe uit. Hij ziet dat ik naar zijn bosje veredelde brandnetels kijk en haalt zijn schouders op.

“We zijn vandaag dertig jaar getrouwd.”

“Gefeliciteerd. Wat is jullie geheim?” vraag ik.

“Huiswijn en pornosites. En onvoorwaardelijke liefde natuurlijk.”

De kassajuffrouw zit achter kogelwerend glas. Ik vraag me af of ze zich veilig voelt. Met de knokkel van een wijsvinger tik ik tegen het glas aan. Ik heb niets met vuurwapens, maar ik heb wel iets met experimenten. Is het glas echt kogelwerend? Is het ijs dik genoeg? Ja, zo ziet ze eruit. Als een vis onder het ijs. Veilig, maar volledig vastgevroren.

Ik reken af en loop terug naar de auto. Mijn zoon hangt nog steeds uit het raam. Hij vraagt of ik iets lekkers voor hem heb meegenomen. Ik zeg nee. Hij vraagt het nog een keer. Ik ga naast hem staan en vraag of hij een goocheltruc wil zien.

“Steek je handen uit en doe je ogen dicht.”

Ik ga met mijn hoofd naar zijn vingers toe. Zijn handen ruiken naar kinderboerderij.

“Doe je ogen maar weer open. Sorry, pappa kan niet goochelen.”

Hij kijkt teleurgesteld, maar dan voelt hij iets onder zijn petje zitten. Het is zijn favoriete chocoladereep.

“Heb je ook iets voor mij meegenomen?” vraagt mijn vrouw.

“Steek je handen uit en doe je ogen maar dicht.”

“Sorry, schat. Ik kan niet goochelen, maar er ligt iets voor je in de achterbak.”

Ik kan niet goochelen, maar ik kan wel in de toekomst kijken. Morgenochtend staan er twee bosjes tankstation­rozen op onze keukentafel.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden