Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Ze zag jou in een rokje en een bontjas, op het Amstelveld’

PlusTheodor Holman

Opeens vroeg Gerard aan de telefoon: “Hoe oud ben jij?”

Ik noemde mijn leeftijd.

“Ja… Ja…,” zei hij, “dan begint het.”

“Wat?”

“De totale neergang. Dementie, alzheimer, vreemde spierziektes, ouderdomssuiker… zo kan ik wel doorgaan, en dan heb je ook nog allerlei soorten kanker en andere rare, vreemde dingen.”

“Fijn dat je me daaraan herinnert,” zei ik.

“Maar het is zo! En daar komt corona bij… Daar zitten we ook al in de risicogroepen… Het is verschrikkelijk.”

“Bel je me daarvoor?”

“Nee… Ik bel voor iets anders…”

En toen bleef het lange tijd stil, en om hem te helpen, zei ik toen maar: “Je gaat dood…”

“Wie? Ik? Nee, helemaal niet. Althans, niet dat ik weet… Nee, daar bel ik niet voor… Nee, het is iets anders… Wel pijnlijk. Het gaat over jou.”

“Vertel maar.”

Gerard schraapte zijn keel en zei toen: “Ik heb dit gehoord van een buurvrouw van ons… Die zag jou in vrouwenkleren, een rokje en een bontjas, op het Amstelveld.”

“Dat klopt,” zei ik.

“Het zag er serieus uit.”

“Wat bedoel je?”

“Niet voor een toneelstuk of zo. Dat zei die buurvrouw. Je was heel serieus… als vrouw.”

Omdat ik om de een of andere reden niet als travestiet bekend wil staan – hoewel, wat kan het me schelen? – vertelde ik waarom ik een korte rok droeg en een bontjas. Ik was ‘koningin Oeht’ in een sprookje – ‘Het land van Omgekeerd’ (waar alles omgedraaid en omgekeerd is) – dat mijn dochter voor haar dochter had bedacht als onderdeel van een verjaardagsspeurtocht om zodoende alle opa’s en oma’s op gepaste afstand te houden.

“Was alles maar omgekeerd,” zei Gerard.

“We beginnen oud en ziek en worden steeds jonger en gezonder, bedoel je dat?”

Weer zweeg Gerard lange tijd. En opeens was het of hij de lijn welbewust verbrak.

Ik belde hem terug.

“Deed jij dat of ik?” vroeg ik.

“Ik… Het greep me opeens aan?”

“Wat?”

“Jij… in vrouwenkleren voor je kleindochter.”

“Waarom greep je dat aan?”

“Denk nou eens na!” Hij was geïrriteerd. En dat snapte ik.

“Het spijt me,” zei ik.

“Het hoeft je niet te spijten. Ik had je zelf gevraagd waarom je in vrouwenkleren rondliep… Maar ja… Ze zou nu 42 zijn geweest.”

“Tijd gaat snel.”

“Dat is geen voordeel… En dat is geen nadeel. Het is alleen maar wreed. Tijd is wreder dan dood.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden