Column

Ze willen maar een klein beetje Nederlander zijn

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.

Theodor Holman Beeld Wolff

Waarom hebben immigranten vaak een hekel aan hun nieuwe land, terwijl ze daar vrijwillig naartoe zijn gegaan?

Daar valt meer over te zeggen dan ik op deze plek kwijt kan, maar ik ken het enigszins uit mijn jeugd en de Indische gemeenschap. Nu kun je de Indische gemeenschap niet vergelijken met Turken of Syriërs, maar toch...

Er werd binnen die Indische gemeenschap ongelooflijk gekankerd op Nederland en de Nederlanders. Mijn ooms waren conservatief. Daarmee bedoel ik: eind jaren zestig, begin zeventig waren ze zeer monarchistisch, ze vonden Nederland grof, amoreel en lichtzinnig - zoals de meisjes hier gekleed gingen en wat die niet allemaal uitspookten.

Voortdurend ging het gesprek over een groot leger dat er moest komen, over een sterke en vooral strenge overheid. Simpeler gezegd: men keek neer op Nederland omdat de Nederlander niet aan hun normen en waarden voldeed. Ze wilden wel integreren - graag zelfs - maar assimileren wilden ze maar ten dele. De Indo achtte zichzelf beter.

Ik vermoed dat het bijna bij alle nieuwkomers zo is. Dat ze hun eigenwaarden en normen, en soms ook hun tribale opvattingen, van een grotere waarde achten - ongeacht de voordelen die het nieuwe land hun biedt.

Ik zeg ook vaak: hier zeuren om een uitkering, en tegelijkertijd Turkije, Syrië et cetera de hemel in prijzen en hun leiders adoreren - ga dan terug!

Maar ik begrijp dat ze in feite maar een klein beetje Nederlander willen zijn. Wel je recht halen en van dat recht gebruikmaken, maar niet de normen en waarden ondersteunen die de wetten schragen die dat mogelijk maken, want die zijn gevaarlijk voor jou en je groep en je familie.

En dat is vaak het enige wat je in het nieuwe land hebt om vrijelijk mee te praten. Dus: wel een (recht op) uitkering, maar niet het homohuwelijk, de vrijheid van meningsuiting, democratie, want die zijn bedreigend.

Ik meen dat hiertegen maar drie oplossingen zijn: onderwijs, onderwijs en onderwijs. Maar dat onderwijs moet dan opboksen tegen het gevaarlijkste idealisme dat er is: het geloof, het geloof, het geloof.

Mijn oom Rudy geloofde domweg niet dat mijn vader niet meer in God geloofde. Hij zei tegen hem: "God neemt soms tijdelijk het geloof weg om te kijken of je echt een goed mens bent..."

Als ik me groen en geel erger, heb ik dezelfde blik als mijn vader destijds.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.