Femke van der Laan Beeld Artur Krynicki
Femke van der LaanBeeld Artur Krynicki

Ze werkte als oppepper in een callcenter

PlusFemke van der Laan

Ik zit op de trap. Op de zesde trede. Van onderen. Mijn schoenen staan op de derde trede. Ik trek mijn sokken aan. Boven me hoor ik gepraat, digitaal, door een luidspreker, afgewisseld met een stem van hier, uit het huis, die ook iets zegt, af en toe. Onder me klinkt hetzelfde. Geluiden uit kleine gaatjes, met tussendoor wat woorden, soms een hele zin, van dichterbij. Bedrijvigheid. Het is school, maar het klinkt als een callcenter. Een klantenservice misschien, of telefonische verkoop.

Ooit ontmoette ik iemand die in een callcenter werkte. Of daar dingen verkocht werden of mensen geholpen, wist ik eigenlijk niet. Wie weet allebei. Zij belde in ieder geval niet, met niemand, dat was niet haar taak. Zij werkte er als oppepper. Ik had me afgevraagd of dat zo in haar contract stond, dat de medewerker de functie van oppepper bekleedde, en of het zo in de vacature had gestaan: ‘Gezocht: oppepper m/v’, met daarachter, tussen haakjes, ­afgekort, de tijd die ermee gemoeid zou zijn (0,8 fte).

Ik had het niet gevraagd, hoe het echt heette. Het woord paste goed, ik wilde het zo houden. Oppepper. Ze pepte op. Als de medewerkers van het callcenter het niet meer zagen zitten, als ze te vaak waren afgesnauwd, te weinig verkochten, als er voor de zoveelste keer was ophangen zonder groeten, dan kwam zij langs. Ze liep tussen de tafeltjes door, hield praatjes, deed gek, probeerde mensen aan het lachen te maken. Ik had haar voor me gezien, in haar handen pompons, paars met blauw, waarmee ze schudde terwijl ze een yell riep, of de naam van de medewerker spelde.

Ook naar die pompons had ik niet gevraagd. Wel deed ik sindsdien nog ­aardiger tegen iedereen die me aan de ­telefoon vroeg of het geen tijd werd voor een andere energieleverancier. Ik snauwde niet, was niet kortaf, hing nooit op ­zonder groeten.

Ik pak een schoen, zet hem een trede hoger en schuif mijn voet erin, daarna doe ik hetzelfde met de ander en luister dan nog even naar het callcenter boven en onder me. Ik ga naar de bakker.

Net deed ik hetzelfde. Hier. Tussen de tafeltjes doorlopen, praatjes houden, gek doen, mensen aan het lachen proberen te maken. Ik werd raar aangekeken. “Wat doe je?” fluisterde eentje.

‘Ik ben oppepper m/v (0,8 fte)’, wilde ik zeggen, ‘ik pep op als je het even niet meer ziet zitten.’ In gedachte ritselde ik met mijn pompons. Er werd alweer naar het scherm gekeken. Ik was niet nodig.

“Niets. Laat maar.”

De ogen bleven naar voren gericht.

“Is er lekker brood?”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden