Natascha van WeezelBeeld Agata Nowicka

Ze werden verraden door een buurvrouw

PlusNatascha van Weezel

Vanaf het stadhuis loopt een stoet van honderden mensen naar het Wertheimpark. Ze zwijgen. Het enige geluid dat hun voetstappen overstemt is de klank van Jiddische liederen als Oyfn Pripetchek en Rozhinkes mit Mandlen.

Bij het Spiegelmonument begint de Nationale Holocaust Herdenking. Als kind ging ik daar altijd heen met mijn vader. Ik herinner me dat we met een stuk of vijftig geïnteresseerden rondom de gebroken spiegels van Jan Wolkers stonden te koukleumen. Vandaag barst het oudste park van Amsterdam haast uit z’n voegen; het is drukker dan ooit.

Tijdens de toespraak van de minister-president dwalen mijn gedachten af naar mijn eigen opa’s en oma’s. Alle vier overleefden zij de Holocaust. De ouders van mijn vader door onder te duiken op het Nederlandse platteland. De ouders van mijn moeder kozen een andere weg.

Mijn opa Herman groeide op als Joodse jongen in Berlijn en vertrok na de Kristallnacht naar Den Haag. Mijn oma Helen leefde als Joods meisje in Wenen en kwam ook in 1938 naar Den Haag. Daar werden mijn opa en oma verliefd. De anti-Joodse maatregelen werden al snel na de bezetting ingevoerd. Ze mochten niet meer naar de bioscoop, het park of het theater. Later kwamen de Jodensterren en oproepen. Mijn opa en oma besloten naar Zwitserland te vluchten.

Het eerste deel van hun reis legden ze af per trein.

Ze betrokken een woning in Lyon, gelegen in Vichy-Frankrijk, om te werken en geld te sparen voor een mensensmokkelaar.

Na een paar weken werden ze verraden door een buurvrouw. Herman en Helen werden naar het doorgangskamp Rivesaltes gebracht, waarvandaan deportatie naar het oosten dreigde. Mijn opa blufte dat hij helemaal geen Jood was, maar een bekende Zwitserse journalist en eiste een telefoongesprek met de Zwitserse consul. Dat ging de commandant te ver, al mocht Herman bij hoge uitzondering een telegram versturen:

‘Geheel per ongeluk in Rivesaltes terecht gekomen.
Zoals u weet ben ik een bekende Zwitserse journalist.
Ik reken op uw medewerking.’

Mijn opa was helemaal geen journalist, maar de consul begreep kennelijk dat er mensenlevens op het spel stonden en telegrafeerde terug:

‘Ja, deze man ken ik goed. Onmiddellijk vrijlaten.’

Zo ontsnapten mijn opa en oma aan de dood. Ze liepen drie dagen en drie nachten door de Alpen en arriveerden uiteindelijk in Genève, waar ze in een vluchtelingenkamp terechtkwamen. Na de oorlog hoorden ze dat hun ouders, broers en zussen waren vermoord in Auschwitz. 

Mijn grootouders leven allang niet meer. Volgens een bekend Joods gezegde blijven de doden voortbestaan zolang hun namen worden genoemd. Daarom zeg ik nu: lieve Herman en Helen, jullie verhaal zal nooit ­worden vergeten.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden