Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

‘Ze waren met hotelkamer en al de stad in gereden’

PlusJessica Kuitenbrouwer

“Inga! Inga, komm jetzt... Inga! Nein, nicht dorthin! Es ist in dieser Richtung – das Auto. Inga! Stell dich nicht so an! Inga, komm jetzt!”

Een man met een strandhoedje op en twee gigantische tassen van de Primark tussen zijn benen staat druk om zich heen te gebaren. Zijn vrouw is het Waterlooplein op gelopen, maar hij weet zeker: de garage is verder doorlopen, langs het Rembrandthuis. De vrouw rolt met haar ogen, werpt haar hoofd in haar nek, laat een wanhopig keelgeluid ontsnappen en slentert dan toch maar achter haar man aan. De korte stapjes die ze zet verraden dat haar sandalen in haar voeten snijden.

“Nou, nou,” bromt een buurman een tafeltje verderop. “Ongeduldig type... Kon niet wachten om op vakantie te gaan, nu kan hij niet wachten om weer op te krassen. Is toch ook geen lol aan nu? Wat maakt het verdomme toch uit of je hier naar de Primark gaat of thuis in Düsseldorf?”

Ik knik instemmend.

“Overal rijden auto’s met buitenlandse kentekens,” zeg ik. “Halverwege mei al… Een stel, jaar of 60, allebei van die hardloopschoenen. Échte toeristen. Met een heuse Lonely Planet stonden ze voor de Oude Kerk. Bijna alles was nog dicht – wat blijft er dan eigenlijk over van je vakantie? Nu de horeca weer open is, begrijp ik het beter.”

De buurman grinnikt.

“Ik zal het je nog gekker vertellen: ik zag twee weken geleden ’s ochtends vroeg een stel toeristen uit een camper komen. Hierachter, op de Kloof. Ja, echt! Die waren gewoon met hotelkamer en al de stad in gereden. Dat hou je toch niet voor mogelijk?”

“Wel slim van ze.”

“Slim? Ik vind het walgelijk. Je kans schoon zien en denken dat corona niet voor jou geldt. Ga toch weg, joh!”

“Ik zag er laatst ook één!” Een vrouw twee tafeltjes verderop heeft meegeluisterd. “Een camper. Op de Houtkopersburgwal. Nam twee parkeerplaatsen in beslag.”

De buurman schudt zuchtend zijn hoofd.

Diezelfde middag fiets ik langs twee stellen van rond de veertig die op het Muntplein over een navigatiesysteem staan gebogen.

Ze vertellen me dat ze ‘graag nog even alle toeristendingen willen doen, nu de toeristen er nog niet zijn’. Dat ze niet met de trein wilden (“Dat is toch niks, zo’n mondkapje?!”) en dus maar op de fiets kwamen. Met zware elastieken hebben de mannen rolkoffertjes op hun bagagedragers gebonden, de vrouwen dragen allebei funky sneakers. Een van hen heeft een heuptasje om.

In elk geval houden ze geen parkeerplaatsen bezet, denk ik als ik weer opstap.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden