Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Ze verliet me voor een docent van wie ze zwanger was

PlusTheodor Holman

Lang lang geleden – ik was 17 – hadden wij een korte verhouding die eindigde omdat zij verliefd werd op een docent van wie ze ook zwanger bleek. Daar ging toen ook mijn weggegooide roman over.

Dat kind van haar is nu 50 – een meisje, vrouw dus – en schreef mij een mail. Moeder had verteld dat ik een boek over haar had geschreven en ze wilde de titel weten.

Via Facebook zag ik foto’s van moeder en dochter. Onze docent geschiedenis was blijkbaar al gestorven. Ze leefden nu in Ierland, hadden een boerderij waar ze kaas maakten en een paar paarden hielden – het residu van een hippiebestaan.

Dat ik een boek had geschreven had ik destijds aan moeder laten weten in een laatste poging haar terug te krijgen, al wist ik toen niet dat zij zwanger was.

Het boek vernietigde ik omdat het een ‘experimentele roman’ was van nog geen negenduizend woorden – dus dat zou een heel klein boekje zijn geweest. Het experimentele eraan was dat elke zin begon met ‘waarom’. Dat leek me zeer vernieuwend. Ik geloof zelfs dat later (!) iemand anders ook op dit idee is gekomen.

‘Waarom was je zo mooi? Waarom droeg je die dag een rood hemd en rook je naar patchoeli? Waarom hield je ook van de Incredible Stringband? Waarom liet je mij je sjekkies draaien? Waarom mocht ik je kussen op het feest van Liesbeth?’ Duizend zinnen lang, want ik nummerde ze.

Als ik thuis kwam, zette ik me aan mijn bureau en schreef ik weer een paar ‘waarommetjes’. Intussen luisterde ik op de radio naar de Tour de France met Theo Koomen en Fred Racké.

Op een dag zag ik dat het geen literatuur was zoals die van Vladimir Nabokov en verbrandde ik het manuscript in onze tuin met Arend en Rob als getuigen, terwijl we een joint rookten en vieux dronken.

Ik lieg enigszins. Een aantal waarommen die onze seksualiteit beschreven die me trouwens het droevigst maakten, behield ik. ‘Waarom durfde je me eerst niet te kussen? Waarom later wel? Waarom mocht ik aan je borsten zitten?’ et cetera.

‘Het spijt me. Het boek dat ik over uw moeder schreef, is nooit verschenen en heb ik tot mijn spijt weggegooid,’ mailde ik de dochter.

Ik stond versteld over mijn eigen beknoptheid. Waarom vroeg ik haar niet hoe het met haar moeder ging? Waarom wilde die moeder dat boek nu lezen?

Weer zou ik geen antwoorden krijgen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden