Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

Ze stond altijd op het juiste ­moment op de juiste plek

PlusBabs Gons

Of ik zelf een make-upartist ­kende, vroeg de productie­assistente me. En meteen zag ik haar voor me, de vrouw die me laatst bij een andere productie zo hartelijk onder ­handen had genomen. Ze had mijn gezicht ­opgemaakt, uiteraard. Ze lakte ook mijn nagels en deed mijn haar, ook dat is niet zo bijzonder, maar ze kwam gelijk met een oplossing voor de eigenwijze krullen die anders in mijn nek groeien dan voor op mijn hoofd. Ze draaide er handig een paar speldjes in, pakte er een föhn bij en ­voilà, een perfecte krul. Ze had nog veel meer tips en terwijl we wachtten, liet ik me er mee vollopen en kreeg hoop dat ik toch nog eens een dame zou kunnen worden.

Dus ik gaf de productieassistente haar nummer en maandagochtend stond ze me op te wachten met een glimlach die haar mondkapje flink uitrekte. Ze maakte mijn gezicht en nagels op en reorganiseerde mijn slordige zelfgemaakte vlechten. Ze veegde mijn mond af na een paar happen brood en werkte mijn lippenstift weer bij. Ze haalde koffie uit het apparaat dat zich vijf verdiepingen lager bevond. Ze droeg de camera van de cameraman die zijn enkel had verstuikt door een gemeen afstapje. Ze zorgde dat tassen en jassen snel uit beeld werden gehaald tijdens het filmen. Al snel was iedereen betoverd door haar behulpzaamheid, het kwam ook steeds deksels goed uit, ze stond altijd op het juiste ­moment op de juiste plek.

Binnen een paar uur leek ze onmisbaar te zijn geworden. Wij, de geluidsvrouw, de cameraman, de regisseur en ik, werden gedurende de dag ook steeds afhankelijker. Soms keken we wat vragend rond, maar dan kwam ze alweer aangesneld.

Ik probeerde haar te vertellen dat haar werk erop zat en ze echt mocht gaan, maar ze wilde er niets van weten. Ze bleef de hele dag en genoot zichtbaar.

“Dit,” zei ze, “is geen werk. Dit is genieten.”

Toen het filmen gedaan was, had ze mijn tas al gepakt en hielp ze me mijn jas in.

Thuisgekomen voelde ik me een beetje verlaten. Terwijl ik uiteindelijk mezelf maar afschminkte, mijn eigen mond afveegde na het eten, mijn eigen thee zette en keek naar het huis dat smeekte om een goede opruimbeurt, sprak ik mezelf monter toe:

“Dit,” zei ik tegen mezelf, “is geen huishouden, dit is…uhm…leuk en dankbaar om te doen.”

Maar de avond had niet meer de glans die zij aan de dag had gelegd. Haar dienstbaarheid was van een betoverende schoonheid en als ze niet helemaal in Groningen had gewoond, had ik graag bij haar aangebeld en gevraagd of ik háár huis had mogen opruimen.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden