Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ze maakte zo’n gebaar van ‘moet je kijken wat hij nou weer heeft gedaan’

PlusMaarten Moll

Bij de papiercontainer stond een vrouw te huilen.

Ik was met mijn twee volle plastic tassen nog niet voorbij Bogor Permai, maar ik herkende op afstand het schokschouderen. Naast haar voeten stond een grote, gele boodschappentas.

De vrouw – ik schatte haar eind dertig, maar ze kan ook jonger zijn geweest, want ik ben heel slecht in het raden van leeftijden – haalde een hand over haar gezicht. Ik was inmiddels zo dichtbij gekomen dat ik haar ook hard haar neus hoorde ophalen.

Ik liet de twee tassen op de tegels ploffen. Toen ze me zag, maakte ze een gebaar naar de papiercontainer. Zo’n gebaar van ‘moet je kijken wat hij nou weer heeft gedaan’. Ze gaf een schopje tegen het ding.

“Kan ik u helpen?” vroeg ik.

Ze begon weer te huilen. Ik wierp een blik in de gele tas. Er zat nog een bodempje papier in. Reclamefolders. En, verrassend, de helft van de voorpagina van een New York Times.

Ik wilde wat zeggen, maar de vrouw had haar handen over neus en mond geslagen. Ik hoorde wat gebrom. Ik deed een greep in een van de tassen en wilde de oude kranten in de muil van de papiercontainer gooien.

“Niet doen!” schreeuwde de vrouw. “Niet doen!”

Ik trok mijn hand terug.

“Wilt u eens kijken?” vroeg ze, iets rustiger.

“In de container?” zei ik.

Ze knikte. “Ik durf niet.”

“Waar moet ik naar kijken?” vroeg ik.

“Schriftjes,” zei de vrouw. “Twee gele schriftjes.”

“Geel?”

“Ja, geel,” zei de vrouw wat geagiteerd, “gewoon twee gele schriftjes.”

En mompelend, maar ik hoorde het wel: “Man, hoe moeilijk kan het zijn.”

Ik duwde de klep naar binnen en keek in de grote maag van de halfvolle papiercontainer.

“Sorry,” zei ik, “maar ik zie geen schriftjes.”

De vrouw zuchtte heel diep.

“Ik had ze in mijn hand,” zei ze. “Ik had ze gewoon in mijn hand, maar ik herkende ze niet meteen en dus gooide ik ze weg.”

Haar blik ging hemelwaarts.

“Ook omdat ik niet gedacht had dat die lamlul die schriftjes in de oudpapiertas zou hebben gestopt.”

En nu gaf ze ook de grote, gele boodschappentas een schop.

Ik gokte dat ‘die lamlul’ haar partner was.

“Wat moet ik nu doen? Zal ik erin klimmen?”

“Dat lijkt me geen goed idee,” zei ik.

“Wat dan? Wat moet ik dan doen? Ik kan die schriftjes daar toch niet laten liggen? Help me dan toch.”

Ik keek nog een keer in de container. Maar de schriftjes waren niet opeens boven komen drijven.

“Als ik vragen mag, wat…”

“Ik bel de gemeente,” riep de vrouw triomfantelijk, “ik bel gewoon de gemeente.”

Er verscheen een grote lach op haar gezicht, en ze haalde haar telefoon tevoorschijn.

Ik voelde me van mijn reddingstaken ontheven, nam mijn tassen met oude kranten weer op, en liep naar huis.

Bij Bogor Permai keek ik achterom.

De vrouw leunde met haar rug tegen de papiercontainer. Er zou geen snipper langs haar komen voor de gele schriftjes veilig waren gesteld.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden