Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ze leken het ook koud te hebben, die oliebollen

PlusMaarten Moll

Soms kijk je ergens dwars doorheen, zonder het te zien.

Zo staan ze er alweer bijna een week, kriskras door Amsterdam verspreid: de oliebollenkramen.

Op de Kinkerstraat, het Museumplein, in Noord, bij de Oetewalerbrug (brug 189, ook wel Hemabrug genoemd, al zal die nu wel Jumbobrug worden genoemd, omdat de Hema plaats heeft moeten maken voor die kruidenier).

Die bij de brug had ik dus al gezien, zonder hem gezien te hebben, want ik ben er de afgelopen week zeker tien keer langsgefietst. Alsof ie er het hele jaar al stond.

De Hollandse Gebakkraam. Onder bomen die nog fier de herfst trotseerden. Ik keek er een tijdje naar.

Twee blonde vrouwen bemanden de kraam. In zwarte schorten.

Ze stonden met hun rug tegen de achterwand geleund. Ze staarden wat naar hun handen, en over de toonbank naar de Ringvaart.

Nu al uitgekletst.

In de vitrines lagen nog niet al te grote hopen oliebollen, berlinerbollen en wat al niet meer.

Het zag er niet al te feestelijk uit. Ze leken het ook koud te hebben, die oliebollen.

Er kwamen twee jongens aanlopen. De een hield in beide handen een buitengewoon grote zak kruidnoten vast. De andere jongen graaide erin en propte de kruidnoten in zijn mond. De zak verwisselde van eigenaar en het ritueel herhaalde zich.

Ze bleven voor de oliebollenkraam staan.

De een wilde wat zeggen maar er verscheen alleen een fonteintje gemalen kruidnoot.

“Hé, oliebol! Doe ’s rustig,” zei de ander.

En toen liepen ze hinnikend en graaiend weg, als Kleinduimpjes pepernoten morsend.

Een van de vrouwen haalde wat verveeld een lap over de toonbank.

Een jongen en een meisje, twintigers, fietsten voorbij.

“Huh,” hoorde ik de jongen zeggen, “oliebollen? Is het al tijd voor oliebollen?” Hij keek er begerig bij.

Het meisje riep: “Frituurvet!” Het klonk heel erg verontwaardigd. De rest verstond ik niet meer.

Een vrouw in een rode houthakkersjas kwam voor de kraam staan. Ze weifelde, greep naar haar portemonnee. Schudde zo met het hoofd van zal-ik-zal-ik-niet en bestelde toen een zak vol.

Een van de zwarte schorten prikte met een vork behendig de bollen in de zak. Ze lachte erbij, wat me heel erg voor haar innam. Ze stopte er een paar zakjes poedersuiker bij.

De vrouw in de houthakkersjas liep met een vrolijk gezicht voorbij.

Even later een oma met kleinkind. De jongen, hij werd aan een hand vastberaden meegesleurd, wees met zijn andere hand naar de kraam. Maar oma, met een hoelahoep om haar schouder, liep onverstoorbaar verder richting brug.

Ik meende een trillend lipje bij het jongetje te zien.

Een scootmobiel remde. Een man stapte af. Bestelde een oliebol. Reed voorbij de kraam en stopte. At de oliebol waarbij de poedersuiker zijn blauwe jas versierde. Vlak voor hij wegreed probeerde hij de suiker van zijn jas te slaan. Bekende handeling die nooit helemaal vlekkeloos verloopt.

Ik merkte dat ik meesloeg.

Er waaide een servet voorbij.

Zomaar een kwartiertje bij de oliebollenkraam.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden