null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Ze legt zijn kleren voor hem klaar

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Ze waren naar Capri. Een weekje weg, voor het eerst. Blozende wangen vertellen aan mijn keukentafel verhalen. Hij grijnst over de ochtend dat zij haar wekker om zeven uur had gezet zodat ze wat aan haar dag zou hebben, het ding keihard afging, hij zich omdraaide en met zijn Amsterdamse tongval gromde: “Wat ben je toch een klerewijf!”

Ik kijk haar onderzoekend aan. Snapte ze dat dit een grapje was? Maar ze lacht al. “Wat een man, hè.”

De dag dat ik haar ontmoette, enkele weken hiervoor, was ik bloednerveus. Zou ze mij wel leuk vinden? Om mij heeft ze niet gevraagd. En zou ik haar leuk vinden? Stiekem had ik wel om haar gevraagd. Aan God of een andere voorzienigheid. Ik gunde het hem zo. Nog één keer in dit leven. Nog één keer van zijn sokken.

Hij moest er jarenlang niets van weten. “Geen behoefte aan,” bromde hij als ik begon over Tinder. Zijn hoofd zat nog te vol met haar. Met het meisje dat hij rond zijn twintigste schaakte, met wie hij bijna vijftig jaar getrouwd was, het meisje dat op het eind van haar leven steeds meer zijn kind werd in plaats van zijn vrouw. Maar hij bleef. Want hij hield van haar. Ze is altijd zijn meisje gebleven.

En nu opeens zie ik beelden die ik al vijf jaar mis. De vanzelfsprekendheid van een hand op zijn hand. Een appconversatie doorregend met hartjes, als rozenblaadjes die op een perk gestrooid zijn. Foto’s in de zon, hun wangen tegen elkaar geplakt. Zijn trotse borst vooruit als hij met haar paradeert.

Het zijn oude beelden in een gloednieuw jasje. Een jasje dat zij die morgen voor hem uitspreidde, samen met zijn andere kleding. Want dat doet ze. Ze legt zijn kleren voor hem klaar.

Ik zie ze samen weglopen. Zijn scheve schouders, haar rechte rug, een pink die zoekt tot deze vanzelf in die van de ander haakt.

Een lieve vriendin schrijft dat het misschien best gek voelt, deze nieuwe vrouw die niet mijn moeder is. Ik snap wat ze bedoelt. Op papier had dit het gemis extra groot kunnen maken. Maar dat is niet zo. Er ging niemand weg, er kwam iemand bij. Want sinds mijn pa verkering heeft, duikt mijn moeder op in mijn dromen. Ze zegt niets, maar waar ik me ook bevind – het theater, een vergaderzaal, een sportwedstrijd – zij zit erbij. Ze is aanwezig in al haar afwezigheid. Haar hand beroert nog steeds de mijne. Maar ook de zijne. Al is er nu een andere hand die hem aait.

Ik app hem een dag na hun bezoek. “Paps, vind je het goed als ik een stukje schrijf over jou en je meisje?”

Even later volgt het antwoord. “Natuurlijk. Dat vinden wij heel leuk en prima.”

Een vader die in de wij spreekt doet alle ik wegvallen. Bovendien: hij heeft gekregen wat ik vroeg. Nog één keer in dit leven. Nog één keer van zijn sokken. En morgen legt ze schone voor hem klaar.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Roos Schlikker. Beeld Marjolein van Damme
Roos Schlikker.Beeld Marjolein van Damme

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden