Thomas AcdaBeeld Artur Krynick

Ze legt uit dat het best leuk is, in de auto plassen

PlusThomas Acda

Er is stress. Logisch. We moeten naar Enkhuizen om een nieuwe camper te bekijken. Ja, met een gewone vermaledijde benzinemotor maar met minder uitstoot dan uw gesubsidieerde Prius want wij gaan er maar twee keer per jaar mee rijden en u staat de hele dag te blazen in de file dus hou erover op!

Sorry, er is stress. Zus komt om drie uur uit school. Zoon en ik zitten al klaar in de auto dus dóórlopen, want we moeten ook opa nog ophalen en die woont achter de Coentunnel maar links van de A7, waar we dan weer op moeten en ik wil niet in de file komen!

Daar komen ze aan, moeder voorop. Bij het openen van de portieren klinkt het: “Ze moet eigenlijk nog even plassen…”

Dat kan dus niet! Dan staan we straks vast achter al die Priussen en komen we…

“Ja, ja,” zegt mijn vrouw, “dat heb ik haar al gezegd. Ik vertel het alleen maar.”

“Ze plast maar in de auto!”

Zoon lacht, zus schrikt en moeder blust het volgende brandje. Ze legt uit dat het best leuk is, in de auto plassen. Zoon zet AC/DC op en de meiden vermaken zich met het mikken in een Spa blauwfles. Het lukt beter dan menig man stilstaand bij een porseleinen toilet en trots als een pauw rent zus bij opa de auto uit om het hem te vertellen.

“Gooi die fles weg!”

Ik blijf in de auto zitten en wacht ongeduldig tot de hele misjpooche terug is. Opa heeft een droppot en daar kan ik niet tegenop stress-redeneren. Als iedereen weer zit, spoeden we ons naar de A7 waar men gelukkig vergeten is een file te veroorzaken.

Enkhuizen! Daar is het industrieterrein al! Eindelijk kan ik ontspannen. Bij het laatste stoplicht weet ik dat we het gehaald hebben en heb ik eindelijk tijd om wat te drinken. Ik proef het meteen – de fles is niet bij opa weggegooid. Pijlsnel draai ik mijn raam open, spuug al het zoute vocht dat in mijn mond zit tegen de broek van de naast mij staande motorrijder. Die kijkt me aan en besluit zen dat ik daar vast een goede reden voor moet hebben. Hij lacht ‘geeft niks’ en trekt op.

De camper is mooi, en ik hou me stressvrij tot we thuiskomen. Daar blijkt de vuilnisman alles opgehaald te hebben behalve de tak van de magnolia! Waarom? Daar komt een aparte dienst voor!

Men vlucht de auto uit. Red jezelf! Ik zit nu nóg in de auto. Beter. Hier kan ik niemand kwaad.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden