Femke van der LaanBeeld Artur Krynicki

Ze lag elke avond in bed met haar vingers in haar oren

PlusFemke van der Laan

We zitten in een kerk. Weer. Ik weet niet hoeveel we er deze dagen al gezien hebben. Ik ben de tel kwijt, had er te weinig vingers voor. We zijn elke kerk binnengestapt die we tegenkwamen. Als de deur openstond.

“Kerk.”

“Kijken?”

“Ja.”

En dan keken we.

Het was zomaar opeens een gewoonte.

We recenseren – “Mooi.” “Kaal.” “Deze ruikt naar onze oude zolder.” – en branden kaarsjes. De jongste blijkt daarvoor telkens een wonderbaarlijke hoeveelheid muntjes in zijn broekzak te hebben. Ik stel daar geen vragen over. De vragen die ze aan mij stellen, kan ik zelden beantwoorden. Ik weet te weinig.

We zitten ieder in een eigen kerkbank. Op twee nonnen na, is er niemand in de kerk.

“Waarom zijn ze in het wit?”

“Dat weet ik niet.”

Ik vertel dat iemand me ooit zei dat ze als meisje elke avond met haar vingers in haar oren in bed lag. Haar tante was non en toen het meisje eens had gevraagd waarom, werd haar gezegd dat de tante geroepen was door God. Sindsdien was ze bang dat God haar ook zou roepen.

In de kerkbank voor me zie ik hoe de vingers van de middelste even naar haar oren gaan. Even later draait ze zich om.

“Maar wat nou als het waar is?” fluistert ze.

“Wat?”

“Dat je alleen maar naar de hemel gaat als je in God gelooft.”

“Dat is niet zo.”

“Nee, maar stél nou.” Het komt sissend haar mond uit. Haar blik is bezorgd. Alsof ze voor zich ziet wie de hemel niet haalde.

“Dat is niet zo.”

“Dat weet je niet.”

“Dat weet ik wel.”

Even later beklimmen we de toren. Tweehonderddertig treden. De middelste wil niet mee. Ze wacht liever beneden. Boven kijken we over de rand, aan alle kanten, maar we zien haar nergens.

“Ik bel haar wel even.”

De oudste pakt haar telefoon en belt naar beneden. Ze dirigeert haar zusje van de toren af, meer de straat in, zodat we haar kunnen zien. Beneden verschijnt de middelste. Ze loopt achteruit en kijkt naar boven. Haar hoofd in haar nek.

“Ja, nu zien we je.”

De middelste stopt. Midden op straat. We zwaaien naar haar. Grote zwaaien, helemaal van links naar rechts, zodat we zeker weten dat ze ons kan zien. Beneden zwaait de middelste niet terug. Ze kijkt alleen maar naar boven. Met haar telefoon aan haar ene oor en haar vinger in het andere.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden