Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ze konden stikken met hun geheime bakkertje

PlusMaarten Moll

De deuren naar de tuin stonden open, de lucht was diepblauw, de schapen lieten zich horen. Ik keek uit over het onverharde pad tussen de verzameling huizen die Saint-Pardoux heet, hoorde geclaxonneer op de berg, en zag toen de gele Renault van La Poste het weggetje opdraaien. Uit een van de ramen staken stokbroden.

Franser krijg je het niet.

Ik dacht dat ik droomde.

Maar, om Reve maar weer eens van stal te halen: ‘De werkelijkheid herken je aan haar onwaarschijnlijkheid.’

Ik droomde niet.

Nou ja, toen de Kangoo langs ons verblijf reed, bleken de stokbroden te zijn getransformeerd in een partij dunne houten latten. (Het was de eerste keer in vier jaar dat ik weer in Frankrijk was - op die keer in Parijs na, maar dat is niet Frankrijk - en dan wil je heel graag dingen zien.)

Bovendien was het enige winkeltje in dit gehucht op de berg dicht. Of winkel, een stenen gebouw met aan de gevel een enorm lelijk plastic bord, pandbreed, waarop in grote en zwierige letters een tekst was te lezen.

Boulangerie du Village.

Meer bord dan winkel.

“Een hobbybakker,” zei verhuurster M. toen ze ons wat over het vakantiehuis en Saint-Pardoux vertelde. “Hij opent af en toe, als hij zin heeft om te bakken. Heel goed brood, dat wel.”

Ook al woont ze al twintig jaar niet meer in Rotterdam, ook zij heeft nog steeds die geobsedeerdheid met brood die alle Nederlanders in Frankrijk hebben.

Waar we dan ons brood moesten halen.

“Beneden zit een heel goed bakkertje,” zei ze met een paar vage bewegingen van haar hand.

En weg was ze.

Beneden. Daar bedoelde ze dan Saint-Chamant mee, waartoe Saint-Pardoux behoort. Meer dan twee rijen huizen langs de drukke weg tussen Argentat en Tulle is het eigenlijk niet. Wel met een aardig café, L‘air de famille, waar we de eerste dagen neerstreken nadat we dat goede bakkertje maar niet konden vinden.

Elke steen in Saint-Chamant hadden we omgekeerd. Maar om nu M. te bellen was ook weer zoiets. De Hollanders die weer eens iets niet wisten te vinden. En de uitbaatster van het café zei van niets te weten toen we haar ernaar vroegen (wel een geheimzinnige glimlach).

Een keer zagen we een oude vrouw met een stokbrood lopen, maar toen ik er achteraanging, en de hoek omsloeg, was ze verdwenen. Terug op het terras bestelde ik een pression tres grande om mijn frustraties te koelen. En daarna nog een. Ze konden stikken met hun geheime bakkertje

Dus gingen we elke dag hoopvol kijken of ‘onze’ Boulangerie du Village open was. ‘Ons’ exclusieve bakkertje. Elke dag de teleurstelling, want in de twee weken die wij op de berg zaten had de hobbyist blijkbaar geen zin om te bakken. Ook niet voor een stel toeristen.

We laafden ons aan de gele auto van La Poste, die ons geen dag in de steek liet.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden