Maarten Mol. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol.Beeld Sjoukje Bierma

Ze keek dromerig naar de gigantische chocoladehaas

PlusMaarten Moll

Voor chocolaterie Stam stond een lange rij wachtenden.

In de etalage pronkten tientallen hazen en kuikens in allerlei soorten en maten.

Er kwam een vrouw de hoek om.

Ze deinsde terug toen ze de rij zag.

“Staan jullie allemaal te wachten? Ik hoef alleen maar een doosje bonbons voor mijn moeder.”

Niemand reageerde, wat voor de vrouw geen beletsel was verder te praten.

“Gewone bonbons, hoor, die vindt ze het lekkerst. Ik heb een keer zo’n groot paasei voor haar meegenomen. Met zo’n trappetje en een paaskuikentje er bovenop. Een blauw kuikentje, geloof ik. Maar dat vond ze niets. ‘Breng maar weer terug,’ zei ze, nou, ik schaamde me dood, de hele familie was erbij.”

Ze rommelde in haar handtas.

“Ze houdt niet van verrassingen, mijn moeder.”

Er verscheen een glimlach op haar gezicht.

“Behalve toen ik een keer thuiskwam met Gerald, die vond ze heel leuk, Gerald. Ja…”

Ze staarde voor zich uit.

“Maar Gerald vond mij op een gegeven moment niet meer zo leuk.”

Een man zette zijn fiets voor de winkel, keek even naar de rij, en sloot achteraan.

“Delen ze gratis chocola uit vandaag?” vroeg hij, en hij begon zelf maar met lachen. Bulderend.

Hij kreeg een bejaarde man mee, die prompt enorm begon te hoesten, en die daarop door zijn vrouw op zijn rug werd getimmerd onder het slaken van de kreet ‘Pietje, Pietje, Pietje toch!’

“Toen kwam Theo,” ging de vrouw verder toen het gehoest was bedaard. “Ook goed hoor, Theo, maar geen Gerald, hè? Vond mijn moeder. Nou ja, bonbons dus, gut, het schiet niet op, hè?”

De man van de gratis chocola wees naar de etalage, naar een enorme chocoladehaas met een zak op zijn rug waar eieren inzaten.

“Die zou je maar cadeau krijgen,” zei hij.

“En dan wel in één keer opeten,” zei een tienermeisje dat voor hem in de rij stond.

De man begon weer onbedaarlijk te lachen.

De bejaarde man, al met een lach op zijn gezicht, kreeg een elleboog van zijn echtgenote. “Als je het maar laat, Piet Kleerebezem, straks blijf je er nog in.”

“Die zou ik best iemand cadeau willen doen,” zei de vrouw, en ze keek dromerig naar de gigantische chocoladehaas. “Maar Theo houdt niet van chocola. Kun je je dat voorstellen? Er zijn wel meer mannen die niet van chocola houden. Vinden ze kinderachtig, chocola eten. Gerald niet hoor, die was gek op chocola, vooral op hagelslag. Maar niet meer op mij… Nou ja, die zou geen moeite hebben met zo’n grote haas hoor, echt niet, mijn Gerald…”

Ze was bijna aan de beurt om de winkel te betreden.

“Misschien moet ik het toch nog eens proberen met Theo, ik zie daar een mooi, chagrijnig haasje staan.”

En met een ‘Ja, dat ga ik doen!’ stapte ze kordaat en duidelijk in haar sas de winkel in.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden