Plus Column

Ze keek alsof ik haar een medaille opspeldde

Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

De middelste en ik liggen in bed. Haar hoofd is hoger dan het mijne. Ik tel vier kussens onder haar hoofd. Ik had gezegd dat ik niet zo hoog hoefde. Toen kreeg ik er maar eentje. Nu zie ik haar gezicht niet. Alleen haar haren, de krullen. En haar oor.

Ik draai me op mijn rug. Eigenlijk is daar geen plaats voor in haar smalle bed. Er kan er maar een tegelijk zo liggen. De middelste lag al zo. De ander moet op haar zij. Ik weet even niet waar ik mijn linkerarm moet laten. Dan leg ik hem maar op mezelf. Over mijn buik, mijn schouder opgetrokken. Ik lig klem. De middelste heeft het niet door. Ze praat, stelt vragen, wil iets laten zien op haar telefoon.

Ik kijk naar de plank boven ons. Haar spulletjes staan in het gelid. Fotolijstjes. Haar voorletter gemaakt van ijzer. Boeken. Als ik mijn arm van mijn buik zou halen, die zou uitstrekken, dan zou ik erbij kunnen. Misschien zelfs bij het bovenste boek. Het boek dat te moeilijk was.

"Zullen we weer eens verder lezen?" Ik til mijn hand op. Wijs met mijn vinger naar de plank boven ons. De middelste draait haar hoofd een stukje mijn kant op. Ze kijkt schuin naar beneden. Haar wenkbrauwen in een kleine frons. Ze humt even kort. Een nee.

De boeken liggen met hun rug naar ons toe. Behalve de bovenste. Die ligt juist andersom. Ik zie hoe de flap van de kaft verdwijnt tussen de bladzijden. Daar waren we. Nog aan het begin. Ik had het boek voor haar uitgekozen.

"Hier, deze kun jij inmiddels wel." Een boek waar ze groot genoeg voor was. Ze keek alsof ik haar een medaille opspeldde. Een stempel gaf. Een oorkonde. Groot genoeg.

Naast me draait de middelste zich op haar zij. Mijn arm vindt een plek tussen ons in.

Eerst had ze het zelf geprobeerd. Wat bladzijdes gelezen. Daarna had ze het aan mij gevraagd. Vier kussens onder mijn hoofd gelegd. Zelf nam ze er eentje. Maar ook als ik las, lukte het niet. Ze stelde vragen, om het te begrijpen, maar bij elke uitleg kwam er een scheurtje in de oorkonde, glansde de medaille op haar borst een beetje minder. Ze was nog niet groot genoeg.

De middelste schuift een hand onder de mijne. Haar vingers komen tot mijn bovenste kootjes. Ze laat haar hoofd van de stapel kussens glijden en landt naast mijn oor. Even is het stil. Ik hoor haar zelfs niet ademen.

"Misschien later."

Ik knik. Later.

Ik kijk weer naar haar krullen. Met mijn lippen druk ik een stempel op haar voorhoofd.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden