Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

‘Ze is 90, en ik hoop dat ze sterft’

PlusTheodor Holman

‘Je schreef dat dat virus niet leeft,’ mailde Willem, ‘maar mijn moeder leeft ook niet meer.’

Ik kende zijn moeder. ­Aardige vrouw. Toen mijn dochter was geboren, kwam ze een stuk of vijf zelfgemaakte rompertjes brengen, gewikkeld in oud sinterklaaspapier.

‘Gecondoleerd,’ schreef ik Willem, en ik haalde die anekdote van de rompertjes op om te laten weten dat ik goede herinneringen aan haar had.

Ik kreeg onmiddellijk een mail terug.

‘Ze is niet dood, ze is 90. Ze zit in het ***huis, volkomen dement, en ik hoop dat ze sterft, hoeveel verdriet me dat ook zal doen.’

Ik besloot daarop Willem te bellen.

“Totale dementie, Theodor, is net zo wreed als dat virus, misschien wel wreder,” zei hij. “Alles in d’r kop is weggevreten en daarvoor is plaque in de plaats gekomen. Hersenloos vet. Zij is mijn moeder, ik ben niks meer voor haar. Haar hart klopt, dat is alles.”

Hij sprak zijn woorden uit alsof hij een wurgkoord van zijn nek probeerde te ­trekken.

“Door de corona sterft alles in dat huis, maar zij niet. En het gekke is, ik wil al een jaar dat ze sterft, maar natuurlijk niet door verstikking. Ik wil dat ze slaapt en niet meer wakker wordt. Klink ik te hard?”

”Je vindt het menselijker als je moeder sterft dan dat ze blijft leven?”

“Natuurlijk Theodor, verdomme, ja… Ik heb hier al duizend keer over nagedacht. Wat is leven? Wat is menselijk? Wat is moeder? Wat is kwaliteit van leven? Het hele handboek ethiek gaat dagelijks door mijn hoofd. Ik voel me ook schuldig, godverdomme. Die lieve, lieve jongens en meisjes die haar verzorgen, aankleden, uit bed halen, op de plee zetten, doen alles wat ik zou moeten doen. Maar ik zou het niet kunnen. Ik ben 68! En dan nu die corona…”

Omdat ik stil was, zei hij: “Begrijp je wel?”

Een verzoek om steun.

Ik bedacht dat ik mijn eigen moeder graag nog één dag levend zou willen zien, zoals in sprookjes wel gebeurt, maar dat zei ik niet.

“Ik begrijp het,” zei ik.

“Mijn kleinkinderen, tien en acht, zijn oma-oma – zo noemen ze haar – al bijna vergeten. Zelfs dat bezorgt me schuldgevoel. Zij is zo’n goed mens geweest… Er zou eerder een straat naar haar vernoemd moeten worden, dan dat iemand haar vergeet.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden