Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ze is 51 en neemt zijn liefde niet serieus

PlusTheodor Holman

“Ik ben echt verliefd en het is vreselijk,” zei Rufus tegen mij.

Rufus is 73. Drie jaar geleden stierf Milly, met wie hij veertig jaar samen was.

“Weet je zeker dat je verliefd bent?”

“Ja natuurlijk. Het is volstrekt tevergeefs. Ze houdt niet van me… Ja, je zit te lachen, maar het is echt niet om te lachen.”

“Ik lach niet. Ik glimlach een beetje. Vertederd… Leuk dat je verliefd kan worden op jouw leeftijd… Hoe oud is ze?”

“51, daar zit ’m het probleem.”

“Wat is het probleem?”

“Wat ik zeg: 51.”

“Te jong, of wat?”

“Ja… En ik weet niet hoe ik het moet aanleggen.”

“Aanleggen… leuk woord.”

“Ik weet het niet. Ik heb schaamte, een minderwaardigheidscomplex, vijf keer per nacht naar de plee om te pissen, schuldgevoel, vijftien jaar niet geneukt… godverdomme, Theodor. Ik weet niet wat ik moet doen.”

“Zeg wat je voor haar voelt.”

“Dat heb ik eigenlijk al gedaan. Ik zei: ‘Ik vind je heel leuk, ik denk dat ik verliefd op je ben, zullen we verkering nemen...?’ En zij lachen. Ze zei: ‘O, dat is lief van je, Rufus, dat je dat zegt.’ En dan zegt ze: ‘Ik vind jou ook lief…’ En dan geeft ze me een kus op m’n wang en dan vertrekt ze… Ze neemt het niet serieus.”

‘“Schrijf een brief!”

“Nee.”

“Waarom niet?”

“Als ze me afwijst heb ik niks.”

“Nu heb je ook niets.”

Rufus ging voor het raam staan.

“Ze kan elk moment komen, Theodor, dus ik wil dat je weggaat. Want ik ben ook jaloers en jij bent nog jong.”

“We schelen maar een paar jaar. Maar goed… Ik ga weg. Wat ga je straks tegen haar zeggen?”

“Ik wil haar een ring van Milly geven.”

“Zou je dat nou wel doen?”

“Het kan me niks schelen.”

“En straks zegt ze: ‘Ik hou ook van jou, Rufus.’ Wat dan? Wil je neuken? Trouwen?”

“Ik weet heus wel…”

Hij maakte zijn zin niet af. Bleef uit het raam kijken.

“Na de dood van Milly vond ik dat m’n leven geen zin meer had. Zin… Maar nu ik verliefd ben… alsof het voor het eerst in mijn leven is… weet ik dat liefde… het is allemaal gezeik, dat weet ik wel… ik denk dat ik geen afwijzing kan verdragen.”

Ik zag aan z’n gezicht dat ze eraan kwam.

“Ga asjeblieft, Theodor.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden