Femke van der LaanBeeld Artur Krynicki

Wrijven tot het normaal voelt

PlusFemke van der Laan

Ze zit op een tuinstoel. Van een andere soort. Een oude soort. Ik ken hem uit mijn jeugd. Ik ken hem van voordat tuinstoelen van plastic waren. Of van hout. Deze is van metaal. 

Zonder dat ik achter de vrouw hoef langs te lopen, weet ik dat er spiralen aan de achterkant van de stoel zitten. Alsof het een soort trampoline is. Ik stak er als kind mijn vinger weleens tussen, tussen de spiralen en de stoffen bekleding.

Ik had mijn pas ingehouden. De vrouw zat midden op de stoep en aaide haar benen alsof er een kat op lag, maar daar vond ik niet zoveel van. 

Ik dacht wel te begrijpen waarom ze hier zat. Hier was schaduw. Hier was een doorgaande weg waar weleens iets kon gebeuren. Hier kwam misschien de kat wel terug. Ik had mijn pas ingehouden omdat ik weer voelde hoe mijn vingers vastzaten achter een van de spiralen. Omdat er iemand op de stoel was gaan zitten. Omdat ik te lang had gewacht met het weghalen van mijn vingers.

De vrouw had gekeken hoe ik tot stilstand kwam. Ik bedacht dat ik vast een pijnlijke blik moest hebben en had snel hallo gezegd.

Nu praat ze tegen me. Al een tijdje.

Ik luister.

Het gaat over het weer. Over de stoel. Over waar ze woont.

“Hier. Op de ­bovenste.”

Ik denk aan hoe het voelde als mijn vingers klem zaten en ik niet durfde te vragen of iemand even op wilde staan. Hoe ik achter de stoel stond en langzaam probeerde mijn hand te bevrijden, terwijl de spiraal steeds verder in mijn huid werd gedrukt.

De vrouw praat verder. Ik doe een stapje naar achteren. Ze wijst naar links, naar de tram in de verte. Hij komt onze kant op.

“Als ik binnen ben, zie ik alleen de bovenkant van de tram. Die is echt niet zo mooi als de zijkant. Je ziet alle kabels lopen.

Dat weten de meeste mensen niet, dat trams er zo uitzien van boven.”

Ik heb nooit nagedacht over hoe trams eruitzien van boven. Even wil ik zeggen dat ergens nooit over nadenken niet hetzelfde is als iets niet weten, maar dan zie

ik weer de dieprode strepen voor me die metalen spiralen kunnen achterlaten op je vingers. En hoe ik erover wreef tot ze weg waren en ik mijn vingers dan zachtjes heen en weer bewoog. Tot het weer normaal voelde.

Ik steek mijn hand op. “Ik moet gaan.” Bijna onzichtbaar wiebel ik met mijn ­vingers. Dan loop ik weer verder. Langs de doorgaande weg.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden