Opinie

‘Woningvereniging Samenwerking frustreert gesprek met achterban’

In de ophef over de rechten van kinderen bij woningvereniging Samenwerking ontbreekt een democratisch debat, schrijft Wilma Cornelisse van de ledenraad in dit opiniestuk. 

De voorrangs­regels bij Samenwerking – eigenaar van de woonblokken rondom de Harmoniehof – leiden tot felle discussies. Beeld Catharina Glogowski

“Huurwoningen zijn niet erfelijk,” zei een achterbuurvrouw in de hal van de supermarkt. Deze eenvoudige waarheid is in de aanloop naar de stemming over het kindlidmaatschap bij woningvereniging Samenwerking onder­gesneeuwd. Het redelijke midden is weg­gevaagd in hoogoplopende tegenstellingen. ­Alleen kinderen van leden mogen lid worden en dit 30 jaar oude privilege moet nu eindelijk statutair vastgelegd, zegt een initiatiefgroep die 600 voorstanders verzamelde.

Dat het College voor de Rechten van de Mens het kindlidmaatschap discriminatie op grond van afkomst noemde, bleek geen aansporing tot terughoudendheid. In tegendeel, de voorstanders kregen haast en eisten een Bijzondere Algemene Ledenvergadering waarin de zaak definitief beklonken wordt. Met de uitnodiging ging een toelichting van de voorstanders mee, plus een brief van het bestuur dat tegen­argumenten aanvoert.

Hier ontbreekt de veelheid van stemmen die hoort bij elk debat over een uiterst gevoelig, cruciaal onderwerp. Veelzijdigheid en achtergrondinformatie zijn afwezig in dit inmiddels publieke debat. Hier geldt alleen nog: wie niet voor is, is tegen.

Deze weinig democratische gang van zaken speelt zich af in de woningvereniging Samenwerking, eigenaar van de woonblokken rondom de Harmoniehof in Zuid. Om dit monumentale bezit te beheren, heeft de vereniging meer dan een eeuw geleden een democratisch systeem opgezet dat veel weg heeft van een herensociëteit met een dorpspomp.

Idealisme

Dat voldeed zolang de vereniging klein was en alle leden in ­dezelfde buurt woonden. Alle informatie over het wel en wee van de club was bij de dorpspomp voorhanden. Bestuur en ledenraad deelden het idealisme van de oprichters. Ze overlegden gebroederlijk over problemen en ontwikkelingen in een 25 man sterke door en uit de leden gekozen raad, waar iedereen stemrecht had. Dat het bestuur meestemde over zijn eigen voorstellen, maakte niet uit. De ‘heren­sociëteit’ was superdemocratisch en functioneerde decennialang tot tevredenheid.

Meer dan een eeuw later draait de vereniging nog altijd op deze manier. De bejaarde statuten vormen de basis onder de organisatie. Een zelfstandige ledenraad die op eigen kracht met de achterban communiceert, is er nog steeds niet. De vereniging telt nu 4300 leden. Hoe die over het kindlidmaatschap denken, is niet bekend.

Doordat de ledenraad geen mogelijkheid heeft om met kiezers te communiceren en het bestuur zich beperkt tot eens per jaar het jaarverslag met uitnodiging voor de Algemene Ledenvergadering, weten de meeste leden niets van de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens. Ook kennen veel leden niet de gemeenteraadsmotie uit juli 2017 waarin staat dat over erfpachtkortingen uitsluitend te praten valt als Samenwerking overstapt op een open lidmaatschap en inkomensgrenzen invoert bij de verhuur van woningen.

De gemeente subsidieerde Samenwerking waar nodig, meer dan een eeuw lang, en nam genoegen met een uiterst schappelijke erfpachtcanon. Deze financiële bijstand was niet bedoeld om de leden en hun kinderen – ongeacht inkomen – goedkoop te laten wonen. Doel was de voor de middengroepen bestemde woningen voor Amsterdammers met midden­inkomens beschikbaar te houden.

Behoudend

Met 4300 leden, verspreid over stad en land, volstaat een dorpspomp allang niet meer. Dat hoeft ook niet, we hebben nu internet en stokoude statuten verhinderen niet dat je de communicatie eigentijds regelt. Een onafhankelijke ledenraad die adviseert, inspreekt en toezicht houdt, had er allang kunnen zijn.

Een poging de statuten op dit punt aan te passen strandde. De minderheid (2,5 procent) die de algemene ledenvergadering bezoekt, bleek behoudend. Of was de noodzaak van ontvlechting van bestuur en ledenraad destijds misschien onvoldoende uitgelegd aan de leden die erover moeten beslissen?

In een stad waar het grote geld de vastgoedmarkt domineert, horen in een woningvereniging ook inspraak en toezicht goed georganiseerd te zijn. En die vereniging dient zich vanzelfsprekend aan de Grondwet (Art. 1) en de wet te houden. Het lidmaatschap van een ­coöperatieve vereniging is niet erfelijk (Burgerlijk Wetboek), het recht op een woning ook niet.

Betaalbare woningen zijn schaars in Amsterdam. Dat ouders het privilege van het lidmaatschap van Samenwerking willen doorgeven aan hun kinderen, kan ik begrijpen. Maar kloppen doet het niet. Er staan wetten in de weg en doorslaggevende bezwaren. Ook privileges kennen (inkomens)grenzen en een discriminatoir statuut is de verkeerde kers op taart.

Wilma Cornelisse, lid Ledenraad woning­vereniging Samenwerking.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden