Woedend over het weigeren van 500 kinderen

PlusNatascha van Weezel

Ik ben boos. Nee, ik ben woedend. Soms vind ik de Nederlandse politiek een gemeen spelletje, waarbij angst het steeds vaker lijkt te winnen van moed en idealen.

Al maanden geleden stuurde Griekenland een noodkreet naar de lidstaten van de Europese Unie om 500 alleenstaande vluchtelingenkinderen op te nemen. Zij verblijven daar onder erbarmelijke omstandigheden in kampen. Elf Europese landen hebben inmiddels gehoor gegeven aan de oproep. Nederland hoort daar niet bij.

In de nacht van donderdag op vrijdag, net voor het zomerreces, stemden 97 Kamerleden tijdens een hoofdelijke stemming tegen de opvang van deze vluchtelingenkinderen. Thierry Baudet meldde zelfs dat hij ‘heel erg tegen’ was – dat viel te verwachten. Schokkender vond ik de tegenstem van een groot deel van de D66-fractie, en het harde ‘nee’ van de voltallige fractie van de ChristenUnie: een partij die mensenrechten en naastenliefde doorgaans hoog in het vaandel heeft staan.

CU-lid Joël Voordewind tikte, vermoedelijk met pijn in het hart, deze verklaring: ‘Als het om dit soort gevoelige thema’s gaat, zijn we afhankelijk van deze coalitie […] omdat als we besluiten om buiten de coalitie ‘zaken te doen’ de andere coalitiepartijen dat ook zullen doen. Met een rechtse meerderheid in de Tweede Kamer is dat een onheilspellende gedachte.’ De slogan van D66 ‘Je bent pas echt vrij wanneer iedereen dat is’ kwam in dit licht al net zo leeg en slap over.

Zelfs de open brief aan de Kamer van twaalf Nederlanders die als kind in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken hadden gezeten, zette geen zoden aan de dijk. Op de avond voor de stemming lichtten ondertekenaars Abram de Swaan, Hanneke Groenteman en Max Arian de brief toe in de talkshow M. “Mijn pleegvader, een heel eenvoudige bollenboer, is naar de buurman gegaan die NSB’er was en heeft gezegd: ik krijg hier een Joods kind in huis. Als dat kind iets overkomt, dan breek ik jouw benen. Dat is moed,” vertelde Groenteman.

“Het is heel belangrijk dat dit een persoonlijke stemming gaat worden. Stem je vóór of laat je de kinderen verrekken?” voegde De Swaan toe. “Nu staat ieder Kamerlid voor een belangrijke keuze en wordt aan ieder van hen gevraagd: wie ben jij?”

Natuurlijk moest ik ook aan mijn eigen grootouders denken, die als Joodse tieners en twintigers de Tweede Wereldoorlog overleefden. De ouders van mijn moeder door naar Zwitserland te vluchten; de ouders van mijn vader door onder te duiken op het Nederlandse platteland. Zonder hulp hadden zij het vermoedelijk niet overleefd. En zou ik nu dus ook niet hebben bestaan.

Ik hoop dat de Kamerleden die tegenstemden van hun zomervakantie gaan genieten. Maar niet zonder eens goed in de spiegel te kijken en zich minstens één keer per dag af te vragen: wie ben ik?

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden