Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Winkelen met mijn vrouw: ‘Is dat donkere blauw wel zwart genoeg?’

Plus Theodor Holman

Dus ik ging met mijn vrouw naar zo’n winkel, want ze wilde er ook één.

Zij zoeken in de rekken, en ik ging zitten in wat wel ‘de klootzak­stoel’ wordt genoemd. Die stoel in de kledingwinkel waarin altijd een man ongemakkelijk zit te ­wezen.

Mijn vrouw komt het kleedhokje uit. Wat ik ervan vond.

“Ik heb er geen verstand van, schat.”

“Hè, doe niet zo flauw… Zeg nou!”

“Nou oké… Ik zie – maar nogmaals, ik heb er geen verstand van – nog een beetje de contouren van een heup. En ik zie ook dat je borsten hebt. Maar misschien hoort dat wel zo.”

“Dus je vindt hem niet mooi?”

“Dat zeg ik niet. Ik zeg alleen maar wat ik ervan vind!”

“Maar mijn gezicht! Zie je mijn gezicht?”

“Nou… laat eens kijken… Nee… nee, niet echt.!”

“Niet echt! Je vindt het niks!”

Ze ging weer naar de rekken en zocht er weer één uit. Even later kwam ze terug.

“Hier heb ik geen heupen in, en ook geen tieten. Hij is twee maten groter.”

“Ja, heel mooi schat.”

“Echt?”

“Ja, echt. Alleen dat donkere blauw…”

“Het is zwart.”

“O ja… Is dat wel zwart genoeg?”

“Hoe bedoel je?”

“Ach niks… Nee, hij is mooi, neem hem nou maar…”

“Maar kan je mijn gezicht erdoorheen zien?”

“Nee schat. Echt niet! Echt werkelijk waar niet!”

“Je klinkt als: ja.”

“Nee, echt niet. En het is een prachtige kleur zwart. Ik zie geen heupen, niks.”

“Benen? Zie je mijn benen?”

“Nee schat.”

“Ik heb toch het gevoel dat je hem niet mooi vindt.”

Ze ging nu weer een andere aantrekken.

“En deze?”

“Echt mooi. Echt, heus, eerlijk waar.”

“Hij is wel duurder.”

“Als jij hem mooi vindt, ­kopen we deze.”

“Ik heb hier echt geen heupen in, hè? En ook geen borsten.”

“Nee lieverd, en je gezicht en je haar zie ik niet. Maar…”

“Wat maar?”

“Nou ja, hij is prijzig, maar geeft niet.”

“Dus je vindt hem te duur!”

“Schat, nou niet zeuren. Ik vind hem mooi! Punt uit!”

Ze leek me gelukkig, trok hem uit en liep naar de kassa.

Op straat – nog in haar oude kloffie – zei ze: “Vind je dat ik er ook nieuwe slofjes bij moet?”

“Als jij dat wil, schat. Ik weet dat niet.”

“Deze slofjes zijn al oud. En de verkeerde kleur.”

“Oké, we gaan hier naar binnen.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden