Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

‘Wilt u alstublieft naar buiten gaan met die fiets!’

PlusMaarten Moll

De man reed met zijn fiets bij de ijssalon naar binnen.

Hij maakte een scherpe draai naar links, remde, en kwam overdwars voor de vitrine met bakken ijs tot stilstand.

Een vrouw wist nog net opzij te springen. Het kleine witte hondje aan haar voeten gooide er een hoog blafje uit.

Met de fiets tussen zijn benen begon de man – grijs aan de slapen en met groene wallen onder zijn ogen – naar het ijs te turen.

“Meneer!” zei de verkoopster, een blondine van een jaar of twintig met een pinnige uitstraling.

De man keek verstoord op.

“U mag hier niet zomaar binnen komen fietsen.”

“Wat?”

Een alcoholische walm vulde de ijssalon.

De vrouw wendde zich af.

Het hondje rook aan het voorwiel.

“Wilt u alstublieft naar buiten gaan met die fiets!”

“O,” bracht de man uit. Blijkbaar vond hij het de normaalste zaak van de wereld om een winkel in te fietsen. Hij pakte het stuur en schuifelde achterwaarts, en met de nodige moeite de ijssalon uit. Buiten botste hij op een plantenbak.

Hij slaagde erin van zijn fiets te stappen zonder om te vallen, en zette de fiets op de standaard op de stoep.

Wees met een vinger naar het rijwiel en zei: “Netjes blijven staan, ik ben zo terug.”

Binnen keek de vrouw met het hondje op haar horloge.

“Nog pas kwart over acht en nu al in kennelijke staat,” zei ze zacht.

De blondine achter de toonbank zuchtte.

“Hij komt hier wel vaker. Maar nooit met z’n fiets.”

De man kwam weer binnen en ging op het bankje voor het raam zitten. Hij maakte een zwierige beweging met z’n arm naar de vrouw.

“Ja, ik weet wel dat ik eerst was,” zei ze. Iets bozer dan ze van plan was geweest.

Ze ging er eens goed voor staan, bijna met haar neus op het glas.

Achter haar begon de man zacht te zingen. Een lied waarin alleen de naam Johan Duif was te verstaan.

De blondine was bezig met de koffieautomaat.

“Wat is boerenjongens eigenlijk?” vroeg de vrouw.

Achter haar snoof de man. Hij keek verontwaardigd.

“Weet u dat niet? Dat is cultureel erfgoed, mevrouw!”

Het kwam er uitstekend gearticuleerd uit.

De vrouw draaide zich niet om.

De blondine kwam achter de vitrine tevoorschijn en gaf de man een beker koffie.

“Maar ik wil een ijsje,” zei de man.

“Jij krijgt geen ijsje vandaag,” zei de blondine vastberaden.

De man monkelde als een kleuter nog wat door.

De vrouw, ze was al een paar keer voor de vitrine heen en weer gezeild, was er nu uit. Beide benen vast op de vloer. “Een bakje met twee bolletjes graag. Hazelnoot en kokos-limoen.”

Toen ze het bakje kreeg overhandigd, draaide ze zich langzaam om. Ze zuchtte van opluchting bij het zien van het lege bankje. In de staart van het hondje kwam weer leven.

“Ik heb hem niet horen weggaan,” zei ze.

“Hij kreeg echt geen ijs, hoor,” zei de blondine.

Buiten, in de plantenbak, stond een halfvol bekertje koffie.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden