Beeld Artur Krynicki

Willen zij over twintig jaar wel designerbaby’s?

Plus Art Rooijakkers

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: kiest de volgende generatie voor genetisch ingrijpen?

Laat ik voorop stellen; mijn dochters zijn perfect. Heus. Dat gezegd hebbende; stel dat het genetisch mogelijk was geweest ze voor de geboorte zo te modificeren dat hun slaapritme beter paste bij dat van hun vader, had ik het vermoedelijk serieus overwogen. Mede namens de wallen onder mijn ogen.

Idioot idee? Het is al niet ingewikkeld om lengte, haar- of huidskleur te selecteren, laat ik me vertellen door Hans Clevers, hoogleraar moleculaire genetica aan UMC Utrecht. “Dat is absoluut geen rocketscience. Technisch is het zelfs vrij simpel”.

Toch gebeurt het niet, uit ethisch oogpunt.

Of, nou ja. Eind vorig jaar maakte een Chinese wetenschapper bekend dat hij als eerste twee genetisch gemanipuleerde meisjes ter wereld had gebracht, Lulu en Nana. Toen zij, verwekt via ivf, 1 cel groot waren, heeft hij een knip gemaakt in hun dna met Crispr-technologie. Het resultaat is dat ze geen aids meer kunnen krijgen, zoals hun vader wel heeft. Onzinnig, aldus Clevers: “Deze kinderen waren niet ziek, de kans dat zij ook aids zouden krijgen is minimaal. Er was dus geen medische noodzaak.”

De oud-president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen staat niet alleen in zijn kritiek. Wereldwijd waarschuwden wetenschappers dat dit de eerste stap kan zijn naar designerbaby’s, supermensen, of nog enger verwoord, übermenschen. Genoeg angstbeelden voor deze vader. Clevers sust: “Die Chinees is een enorme cowboy. Wij hadden dit ook makkelijk kunnen doen, maar geen haar op ons hoofd die hieraan denkt. Wetenschappers in het westen hebben geleerd niets te doen waar de maatschappij niet op voorbereid is.”

Dus zullen mijn dochters hun kinderen niet voor de geboorte kunnen aanpassen. Niet omdat het niet kan, maar omdat de Nederlandse maatschappij daar ook over twintig jaar, net als deze vader nu, niet klaar voor is.

Maar als iets technisch mogelijk is, zal het dan ergens ter wereld toch toegepast worden? Ja, denkt Martina Cornel hoogleraar genetica en volksgezondheid bij het Amsterdam UMC. “Er kan babytoerisme ontstaan naar landen waar de wetgeving minder streng is. Je ziet nu al dat doktoren uit de Verenigde Staten naar Mexico gaan om daar bepaalde ingrepen te doen.”

Dat de Crispr-technologie later deze eeuw gebruikt gaat worden tegen ernstige erfelijke aandoeningen als taaislijmziekte kunnen beide wetenschappers zich voorstellen. Al ziet Clevers het eerder elders gebeuren dan hier: “Europa heeft meer moeite dan andere delen van de wereld met de acceptatie van nieuwe technologieën. Maar als we in het verleden voor elke doorbraak bang waren geweest, hadden we nog in holen geleefd. Er zijn veel mensen doodgegaan aan elektriciteit of stoommachines, maar daar zijn we ook niet mee gestopt.”

Gaan mijn dochters ons Europeanen dan niet hopeloos ouderwets vinden op dit gebied? Cornel lacht: “Dat denk ik niet. 90 procent van de mensen vindt het leuk om zich voort te planten, en dan vooral de manier waarop we dat doen.”

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers ­samen met studenten van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden