Opinie

'Wil Nederland ertoe doen, dan moeten steden als Amsterdam flink groeien'

Is Nederland één grote stad, zoals minister Plasterk stelt? Nee, schrijft hoogleraar Zef Hemel, de overheid moet de steden nu de kans geven te groeien.

Steigereiland op IJburg Beeld Peter Ellenbaas/HH

Deze week trad minister Ronald Plasterk naar buiten met een verhaal over de toekomst van de Nederlandse steden. In Trouw zette hij de stad neer als 'motor van de economie en welvaart'. De minister van Binnenlandse Zaken wil dat de Nederlandse steden zich kunnen meten met de wereldtop. Tegelijk maakt hij zich zorgen over de leefbaarheid. Dit geheel duidt hij aan als de 'agenda stad'. Een mooi en ambitieus streven, maar hoe geloofwaardig is het? En wat moet er dan gebeuren? Wat stelt deze minister voor?

Negen jaar nadat toenmalige VVD-aanvoerder Jozias van Aartsen in de verkiezingscampagne Nederland had omschreven als 'het New York van Europa', waagt een Nederlandse bewindspersoon, nu van PvdA-huize, zich weer aan de stad. De stad is motor van de economie. Daarbij durft hij zowaar af te stappen van het dogma dat de Nederlandse economie het vooral moet hebben van logistiek, chemie, bloemen, koeien en aardgas. Ook ziet hij de steden kennelijk niet meer uitsluitend als een probleem. Het zijn inderdaad de steden die ons welvaart brengen. Hulde voor deze minister.

Dat uitgerekend een minister van Binnenlandse Zaken bij steden de economie vooropstelt en niet de kwaliteit van leven, de cultuur, de democratie of de bevolkingskrimp, kan ik goed begrijpen. Economisch presteert dit land niet goed. Dat dat te maken zou kunnen hebben met onze steden, die als motoren van de economie en welvaart niet naar behoren functioneren, is zo langzamerhand ook in Haagse kringen doorgedrongen. Nog meer asfalt werkt niet.

Schaal
Laat nu uitgerekend de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) in Parijs vorig jaar de vinger op de zere plek hebben gelegd: Nederland, schreef ze, mist economisch de boot omdat zijn steden te klein zijn. Zelfs Amsterdam is, internationaal gemeten, een klein stadje en wordt relatief nog kleiner doordat elders in de wereld megasteden van dertig tot veertig miljoen inwoners ontstaan. Die schaal, die kritische massa, is van levensbelang voor allerlei specialistische functies in het internationale bank- en verzekeringswezen, de accountancy, reclame en advocatuur, maar ook voor allerlei creatieve, trendgevoelige bedrijfjes met een internationale oriëntatie waar onzekerheid sterk domineert. Het is juist daar waar de meeste waarde wordt toegevoegd. Kortom steden zijn uiterst belangrijk voor economische diversiteit. Grote steden wel te verstaan.

In Den Haag begon vervolgens een discussie: zouden nog meer snelle verbindingen tussen al die Nederlandse steden hetzelfde effect kunnen hebben? Nog meer asfalt dus. Samen één genetwerkte verdunde stad, doordesemd met weilanden, kassen, akkers, loodsen, uit de kluiten gewassen dorpen, benzinestations. Niet dus. Een metropool krijg je daardoor niet. Je hoeft echt geen economie gestudeerd te hebben om in te zien dat de Oeso een punt heeft. Kijk naar metropolen als Moskou, Los Angeles, Londen en Seoel, stuk voor stuk economische motoren van formaat.

Ontwikkelingsland
Maar minister Plasterk beweert dat Nederland op wereldschaal bekeken één stad is met een grote hoeveelheid stadsparken. Meent hij dat werkelijk? Zo kijkt de Oeso vanuit Parijs beslist niet. Economisch bevindt zo'n stad zich op het niveau van een ontwikkelingsland. Duurzaam is ze allerminst. Sterker, Nederland opgevat als één stad zou de minst duurzame stad ter wereld kunnen zijn. Wil Nederland op wereldschaal meetellen, dan moet er heus iets anders gebeuren. De ruimtelijke inrichting moet grondig veranderen. Het laatste wat we moeten doen is het land neerzetten als één verdunde autostad. De minister wil regelvrije zones in onze steden, minder strikte bestemmingsplannen, burgerinitiatieven voorrang geven. Dat zijn mooie zaken, waarover de steden trouwens zelf beslissen, maar de vraag is of dit werkelijk ervoor gaat zorgen dat onze steden zich zullen kunnen meten met de wereldtop. Ik geloof er niets van.

Een fundamentele discussie op kabinetsniveau over de stedelijke agenda lijkt me daarom dringend geboden. Nederland moet een echt grootstedelijk milieu ontwikkelen. Dat is de werkelijke 'agenda stad'. De minister van Binnenlandse Zaken zou zijn collega's ertoe moeten bewegen dat ze al die wetten en regels waarin ruimtelijke spreiding van middelen en voorzieningen de standaard is in één keer afschaffen. Ons nationale bestel is nog helemaal op suburbanisatie en ontstedelijking gericht. Die tijd echter ligt achter ons. Onze economie lijdt hierdoor schade. Onze positie in de wereld wordt bedreigd. Steden moeten ten minste de kans krijgen om te groeien. Minister, toon moed. Doe het!


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Zef Hemel
Zef Hemel

is hoogleraar grootstedelijke vraagstukken, Wibautleerstoel, aan de Universiteit van Amsterdam
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden