Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Wil je niet dat erkend wordt wat je allemaal voor je land hebt gedaan?’

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

De dictator had zich vakkundig verkleed.

“Als ik herkend word, wordt het je dood!” zei hij tegen de grimeur.

“Niemand zal u herkennen.”

En toen liep hij het Kremlin uit en Moskou in.

Hij ging naar een café waarvan hij wist dat er mannen van zijn leeftijd kwamen. Hij bestelde koffie en vroeg aan een man naast hem: “Kameraad, als jij sterft, wat laat jij dan na?”

“Ach,” zei de man, “niet meer dan een paar flessen wodka. Maar ik weet dat mijn vrouw en kinderen en de mensen met wie ik heb gewerkt veel van me houden en me zo zullen herinneren. Wat wil een mens meer?”

“Wil je geen standbeeld voor jezelf? Wil je niet dat erkend wordt wat je allemaal voor je land hebt gedaan?”

“Ach, standbeelden... Als ik door de stad loop en ik zie een standbeeld, weet ik eigenlijk nooit wie het is en waarom hij een standbeeld heeft. En als ik het wel weet, denk ik: verdiende hij wel een standbeeld?”

“Maar moeten we onze helden niet eren?”

“Helden wel. Maar waarom ben ik geen held terwijl ik goed ben geweest voor vrouw en kinderen? Heb ik mijn land niet gediend door hard voor mijn baas te werken?”

“Maar is onze leider geen held? Hij wil jou en mij meer Rusland nalaten. Hij wil van ons land een grote belangrijke macht maken. Belangrijker dan Amerika, belangrijker dan Europa! Hij is toch eigenlijk een held?”

“Ben je dronken, kameraad? Ik ben door onze leider, die van ons een belangrijke macht wil maken, een schoonzoon kwijtgeraakt. Ikzelf ben armer geworden omdat er allemaal sancties tegen ons zijn genomen. Ik ben minder vrij dan pakweg anderhalf jaar geleden. Ik weet niet meer wie ik kan vertrouwen... En Oekraïners haten ons.”

“Maar het is toch goed wat kameraad Poetin wil?”

“Al dat geld... Al die miljarden. Waarom heeft hij die niet besteed om het onderwijs beter te maken, om ons oudjes ouder te laten worden, om het milieu te redden, om iets te doen aan de klimaatcrisis? Maar nee, hij verschiet miljoenen, miljarden. Wat oogst je van al die dodenakkers? In onze kerk is het zingen van het vrouwenkoor veranderd in huilen. De Moskva is zouter geworden van alle tranen.”

De dictator betaalde zijn koffie, groette de man en verliet het café.

“En? Hebben ze u herkend?” vroeg de grimeur.

“Nee. Ze hebben niets herkend.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden