Plus Column

Wij waren het koningskoppel van het bal

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

Als u dit leest, lig ik nog te slapen. Het is zaterdagmiddag en de winkels op het Buikslotermeerplein gaan alweer sluiten. Behalve Media Markt en KFC, die sluiten nooit.

Ik droom. Over gisteravond. Over de Stadsschouwburg. Over de weddenschap die ik aanging met Ellen Deckwitz.

Haarspray is niet echt ontvlambaar, zei ik. Ik weet niet meer waarom. ­Probeer maar, daagde Ellen mij uit. Dat moet je niet doen met een jongen uit Amsterdam-Noord. Wij doen de domste shit om maar geen sukkels te zijn.

Het volgende dat ik mij herinner is dat we het ­portret van Jacob Derwig in de fik hadden gestoken. Maar in plaats van een brandalarm of hysterische schrijvers hoor ik het nummer Dancehall Queen van Beenie Man. Ellen citeerde iets van Simon Carmiggelt en verdween naar de dansvloer.

Ik hoorde iemand stikken achter mij. Toen ik omkeek, zag ik Mano Bouzamour, die niet bijkwam van het lachen. Hij wilde altijd al een portret van Jacob Derwig verbranden. Ik gaf hem zijn haarspray terug. "Ik doe die van Ramses Shaffy en Nelson Mandela nog even," zei Mano. "Anders denkt Jacob dat het persoonlijk is." Ik gaf hem een tik op z'n wang en begon te rennen.

Tussen dat moment en het moment dat Dick Swaab mij begon te achtervolgen, zit een gat. Maar ik rende blijkbaar zo hard door de trappenhuizen dat ik struikelde en met een koprol belandde in de Koninklijke Loge, waar Brian Elstak aquarellen stond te maken.

"Daar issie dan!" riep Karin Amatmoekrim. "De laatste in het rijtje mooiste auteurs van Nederland," zei Connie Palmen. Ze vroegen ­alledrie in koor of mijn pak van Oger was. Natuurlijk was mijn pak van Oger.

Ik werd neergezet op het roodfluwelen bankje met gouden sierpoten. Brian zei dat ik alles mocht doen behalve lachen. Ik stak m'n nek voorzichtig over het balkon en zag dat ook Dick Swaab zich nu had gevoegd bij de dansende schrijvers op het toneel. ­Iedereen droeg smokings en galajurken. Behalve Tommy Wieringa. Die had uit protest een bijen­kostuum aan. "Ik moet weg," zei ik. "Ik moet ­dansen."

Ik maakte een sprong over het balkon en werd ­beneden opgevangen door mijn lievelingsmeisje. "Daar ben je," zei ik. "Waarom liet je me alleen met deze gekke mensen?" Ze zei niks. Ze kuste mijn voorhoofd en droeg me in haar armen het podium op.

We liepen door de luchtbrug van champagne die meneer Swaab had gespoten uit zijn brandblusser. Alle auteurs gingen op hun knieën in een kring om ons heen zitten. Mijn vrouw zette mij neer. ­Gordon verscheen van achter de coulissen. Ik zag dat hij precies dezelfde smoking droeg als ik, maar dan in het wit.

Hij zag eruit als een engel. Hij zong een akoestische versie van Shine en werd op gitaar begeleid door Eric Corton.

Wij schuifelden en huilden. Op dat moment zag ik dat al mijn vrienden uit Noord in de zaal zaten: Emre, Naim, Stephanie, German, Harry, Patricia, Marciano, Nigel, Yusuf.

Wij waren het koningskoppel van het bal.

Rapper en schrijver Massih Hutak (25) schrijft elk weekend een column voor Het Parool. Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden