Wij marxisten wilden de ander onze ideologie opdringen

PlusTheodor Holman

We zaten in de vierde klas van de lagere school en juffrouw Boudewijn vroeg ons: “Wat vinden jullie een mooi woord?”

Loek stak zijn vinger op en zei: “Bloemkool, juf.”

Wij lachten hem uit. Wat een stom woord! Vies. We lachten Loek ook uit omdat we hem een stomkop vonden.

Maar juffrouw Boudewijn maande ons tot stilte en zei dat zij bloemkool een prachtig woord vond. “Eigenlijk bestaan er geen lelijke woorden,” zei ze.

Lesje geleerd, wachten op de bel, en voetballen maar.

Omdat ik wel eens een stukje schrijf, denk ik dat ik toch wel iets weet van mooie en lelijke woorden en zinnen. 

Maar er zijn mensen die het veel beter weten dan ik. 

Zij vinden bijvoorbeeld het woord slaaf lelijk, vernederend en racistisch. Zij vinden ‘tot slaaf gemaakte’ ethisch beter en dus esthetischer.

Nu ben ik beleefd opgevoed. Als mensen slaaf een naar woord vinden, zal ik dat in hun bijzijn niet gebruiken. 

Maar ‘tot slaaf gemaakte’ vind ik bijzonder lelijk en het getuigt van weinig taalgevoel. Je gebruikt niet alleen drie woorden in plaats van één, maar één van die drie woorden is ook nog eens het woord dat je juist afwijst: slaaf. 

Ik kan me heel goed voorstellen dat iemand niet continu wil horen ‘je bent een klootzak’, maar verandert er veel als ik zeg ‘je bent een tot klootzak gemaakte’?

Vergelijk ‘wij handelden destijds in klootzakken, schoften, boeren’ met ‘wij handelden destijds in tot klootzak gemaakten, tot schoft gemaakten en tot boer gemaakten’.

De theorie achter dat ‘tot (…) gemaakte’ begrijp ik, maar het blijft lelijk. Esthetiek en ethiek gaan niet altijd samen. Een mens, of een tot mens gemaakte, een onmens of een tot onmens gemaakte.

Dat sommige mensen door woorden worden gekwetst, is een gegeven dat ik behoor te accepteren. Is de zin: ‘Wij hebben verdiend aan de handel in slaven,’ beter dan de zin: ‘Wij hebben verdiend aan de handel in tot slaaf gemaakten’?

Wie ‘tot slaaf gemaakten’ wil horen, heeft een merkwaardig taalgevoel. Hij voelt zich vernederd. Dat verandert niet door een zin lelijker te maken.

Toen ik nog op de lagere school van het marxisme zat, ging aan het woord kapitalisme altijd het bijvoeglijke naamwoord walgelijk vooraf. 

We wilden de ander daarmee onze ideologie opdringen. Slachtoffers ­werden martelaren. Terroristen vrijheidsstrijders. Arbeiders ambachtslieden.

En ambachtslieden… waren de slaven van de onderdrukkers (directeuren, later ceo’s genoemd) in het walgelijke kapita­lisme.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden