Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

‘Wij kenden alleen zijn naam, die stond op de deur’

PlusTheodor Holman

Hier woonde hij.

Honderden pizzadozen in torentjes neergezet.

Een burcht waarachter hij zich verschanste. Waande hij zich nog ergens koning van?

En kranten. Duizenden kranten. Kranten golven in de gang. Een vloed van het wereldnieuws van jaren geleden vertelt dat we er niet op vooruit zijn gegaan. Wilde hij hier expres op lopen? Waarom gooide hij het niet weg?

In de voorkamer een oude bank waarop allemaal gevonden kleedjes liggen. Zou hij die hebben schoongemaakt?

Een tafeltje dat, gek genoeg, gisteren gekocht lijkt, maar waarschijnlijk ook gevonden of gekregen is. Overal ingedeukte blikjes bier.

En dan die zure lucht, terwijl de ramen al een paar dagen zijn opengezet.

“Die televisie stond dus altijd aan.”

Mijn ogen zoeken een afstandsbediening. Ik kan hem niet vinden.

“Hij trok misschien de stekker eruit.”

“Maar als hij naar een ander kanaal wilde?”

Er worden schouders opgehaald.

“Hoe wisten jullie dat er iets mis was?”

“Astrid had nasi gemaakt. En hing die in een Albert Heijnzak aan de deurknop. Dat deed ze twee keer per week, zodat hij wat te eten had. Maar de zak bleef hangen.”

Ik wacht op een vervolg.

“Maar Astrid… Die durfde dus niet naar binnen. Ze was nog nooit binnen geweest en dacht dat hij dood was, of corona had… Ze heeft de politie gebeld en die de GGD.”

Onder het tafeltje ligt een stapeltje boeken.

Richard Dawkins: God als misvatting. Tony Judt: De vergeten twintigste eeuw. En twee boeken van Godfried Bomans.

De slaapkamer en de keuken wil ik niet zien. Ik wil weg.

Buiten praten we verder.

“Wat is er nu gebeurd?”

“Een hersenbloeding. Hij is in het ziekenhuis gestorven.”

“Alleen?”

“Ja. Alleen…”

“Was het een aardige man?”

“Hij liet zich niet kennen.”

De zin ligt meteen op een bordje in mijn hoofd om er nog wat van te proeven.

“Weet je wat hij voor beroep had?”

“Wij kenden alleen zijn voor- en achternaam, want die stonden op de deur.”

Er komen mensen aan om het huis leeg te ruimen. Om de een of andere reden wil ik daar niet bij zijn.

“Ik moet weg,” zeg ik.

Die bedompte vieze lucht moet ik ook uit mijn neus krijgen.

Thuis ruik ik die geur nog.

Ik had een halve voetafdruk gezien op een krant die in de gang op de vloer lag. Hoe zou hij er hebben uitgezien?

Hoe heette hij eigenlijk?

Theodor Holman(1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden