null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Wie zouden op dit bed met hun lijven hebben liggen draaien?

PlusMaarten Moll

We moesten er even uit. Het werd een vakantie voor een nacht in de eigen stad. Hotel Ambassade aan de Herengracht.

Hotel Ambassade is het hotel waar schrijvers worden ondergebracht als ze Amsterdam aandoen voor de promotie van hun boeken. Grote kans dat u, als u er op een middag toevallig langsloopt, een schrijver in de bibliotheek ziet zitten. (Hotel Ambassade is een wat verscholen aapjeskijkenadres in de stad.)

Ik heb er voor de krant tientallen auteurs geïnterviewd. Op alle mogelijke plekken. In de brasserie, in de bibliotheek (waar de boeken van de schrijvers in de vele boekenkasten staan te pronken), in een zijkamertje, op hotelkamers, in de salon. En in een wat mysterieuze kamer die pas na vijf minuten kriskras lopen door gangetjes en over trappen is bereikt, en waar me een Amerikaan wachtte die een verhalenbundel over de oorlog in Afghanistan had geschreven en die wat opgefokt deed en niet helemaal jofel uit zijn ogen keek.

We bewonderden het uitzicht, vochten wie in de badkamer welke wasbak zou nemen, en ploften even op het grote bed. Wie zouden hier op het bed in kamer 47 met hun literaire lijven hebben liggen draaien, daar denk je dan toch aan. Donna Tartt? Salman Rushdie? Umberto Eco? Hella Haasse? Jan Mulder?

Hup, naar beneden. Want ik was er ook met een missie. Nu ik er zou overnachten kon ik mooi een exemplaar van mijn wat onder de radar gebleven pracht­roman Oberhausen (Querido, 2016) in de bibliotheek smokkelen. Tussen wat kranten nam ik het boek mee naar de bibliotheek, waar niemand aanwezig was en ik aan een tafel ging zitten.

De boeken bevonden zich achter glazen schuifraampjes. Die, zo bleek, waren vastgezet met ijzeren plaatjes. Ik wrikte wat en kon zowaar een raampje enkele centimeters opzijschuiven. Ik keek tegen de rug van Maangloed aan, van Michael Chabon.

De boeken stonden op alfabetische volgorde. De kast met de M bevond zich in de aangrenzende bar, waar het al behoorlijk druk was, aangezien het barpersoneel tot ver in de avond voor de gasten mocht schenken, en er een sfeer heerste als in een café. Ik brak de missie af.

Midden in de nacht wilde ik naar beneden sluipen om alsnog mijn taak te volbrengen. Ik droomde over Donna Tartt en die Amerikaanse verhalenschrijver, die me, hand in hand, in het hotel tot in de bibliotheek achterna zaten en schreeuwden dat ik er niets had te zoeken.

’s Ochtends werd ik tevreden wakker. Het bed in kamer 47 is het beste bed waarin we hebben geslapen (vraag om kamer 47!), ongeacht welke literator er wat dan ook heeft gedaan.

Mijn boek kon ik nergens meer vinden.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden