Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Wie zijn de moderne Country Joe en Jimi Hendrix?

Plus Theodor Holman

Uiteraard heb ik naar de film Woodstock ge­keken. Ik hoorde mijn muziek, ik zag mijn jeugd en ik wist weer hoe ik dacht. Vrijheid en antiburgerlijkheid leken toen belangrijker dan nu – maar hoe naïef was ik? Of ben ik nu naïef en toen niet?

Ofschoon wij geen oorlog voerden in Vietnam – en de Amerikanen wel – voelden wij, hippies, ons met hen verbonden. Destijds in de bioscoop zong de hele zaal mee met het nummer van Country Joe and the Fish: I-feel-like-I’m-fixin’-to-die-rag. “And its one, two, three, what are we fighting for/ don’t ask me I don’t give a damn, next stop is Vietnam/ And its five, six, seven, open up the pearly gates/ ain’t no time to wonder why/ whoopee we’re all gonna die.

Ja, jongens, loop maar welgemoed door de hemelpoort waar de dood op je wacht. Door het cynisme en de vrolijke manier van zingen nog steeds een ijzersterk lied. Het ontroerde mij destijds diep. Zo moest een protest tegen de Amerikaanse regering klinken!

Die diepe ontroering ervoer ik ook toen ik Jimi Hendrix het Amerikaanse volkslied op zijn gitaar hoorde … verbeelden. Misschien was het eenvoudige symboliek: het horen vallen van de bommen tussen de harmonieën door van de nationale hymne. Pathetisch? Nee, als Jimi speelt, ruik ik ­napalm.

Maar waar in mijn leven ben ik afvallig geworden? Door wie precies? Door wat? Het moet langzaam zijn gegaan. Dat weet ik wel. Schoorvoetend liep ik over naar de andere kant.

Wat is het engagement van de jongeren van nu?

Luisteren jongeren van veertien, vijftien nu naar musici die bijvoorbeeld de labbekakkerige klimaatpolitici naar de hel toe zingen? Ik heb geen idee. Als ik ‘engagement’ hoor, lijkt het verpakt in plastic. Wie zijn de moderne Country Joe en Hendrix?

Uiteraard weet ik wie de huidige slachtoffers zijn – bootvluchtelingen, asielzoekers – maar lopen onze jongeren die zich met hen verbonden voelen door de nieuwe ‘pearly ­gates?’ Nee. Het zijn de vluchtelingen die die route wel­bewust, op eigen initiatief bewan­delen. Dat is toch wat anders dan de oorlog in Vietnam.

De moderne betrokkenheid is engagement by proxy. Mijn goede vader zei wel eens: “Wie lijdt, maakt kunst waardoor je lijdt.”

Die jongeren in Woodstock voelden het lijden van ouders, vrienden en familie. Ze lieten het ons ondergaan door hun muziek.

Het grijpt me nog steeds aan.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden