Opinie

'Wie weegt de belangen in het systeem van Code Oranje?'

John Jansen van Galen schrijft in dit opiniestuk over de politieke beweging Code Oranje. 'In beginsel klinkt het allemaal reuze sympathiek.'

Bert Blase presenteert de politieke beweging Code Oranje in het Haagse Dudok Beeld ANP

De welwillendheid waarmee 'Code Oranje' over het algemeen is ontvangen, steekt gunstig af tegen de hoon waarop de journalist Jan Dijkgraaf met zijn GeenPeil werd onthaald - hoewel hun streven ongeveer gelijk is.

Dijkgraaf wilde zonder politiek program in de Tweede Kamer gaan zitten om daar telkens het standpunt in te nemen dat zijn kiezers hem voorschreven. Dat was, werd er meteen gesmaald, een democratie van 'u vraagt en wij draaien'.

Code Oranje is gesticht door mensen met heel wat meer prestige dan Dijkgraaf: burgemeesters, wethouders. Maar het wil eveneens af van politieke partijen, die immers 'van de vorige eeuw' zijn, vermolmd, verstard en verpieterd.

We hebben het vaker gehoord: slechts 2 procent van de Nederlanders is partijlid en van hen is maar een deel actief. Een verdwijnend klein deel van de bevolking verdeelt onder elkaar de politieke functies en stelt de politieke agenda vast.

Wat is sedert ruim een halve eeuw al niet van stal gehaald om dat systeem weer vlot te trekken en, vooral, de burger meer invloed te geven? De gekozen premier, het districtenstelsel, het raadgevend en bindend referendum: er kwam allemaal niets van terecht en de parlementaire democratie raakte intussen volgens Code Oranje in allengs zwaarder weer.

Code Oranje wil in maart aan de verkiezingen voor Provinciale Staten deelnemen, niet om te gaan besturen, maar juist om het heft uit handen te geven aan 'de burgers'.

Waar partijen volgens de initiatiefnemers in het algemeen tegenstellingen aanscherpen door 'de hakken in het zand te zetten,' kunnen burgers in samenspraak juist tegenstellingen overwinnen. Zodat de beleidsbeslissingen vanzelf 'in het midden' uitkomen. Zo neem je meteen de populisten de wind uit de zeilen.

Politicus zonder partij
De nieuwe beweging wil dan ook niet als partij in vertegenwoordigende organen gaan zitten, maar opereren als 'facilitaire organisatie' die het gesprek van en met de burgers mogelijk maakt. Er is daarmee op lokaal en regionaal ­niveau al veel ervaring opgedaan.

Initiatief­nemer Bert Blase (waarnemend burgemeester van Heerhugowaard) somt op: burgerjury, burgerbegroting, wijkcoöperatie, samenlevingsagenda (in plaats van coalitieakkoord), Dorpentop, Twentement, alles in het kader van meer 'burgerzeggenschap'.

Het klinkt allemaal in beginsel reuze sympathiek. Al in 1934 zette de schrijver Menno ter Braak zichzelf in een van zijn boeken neer als 'politicus zonder partij'. De titel werd bekender dan de inhoud. Ook hij moest niets hebben van de haarkloverijen en kibbelarijtjes die het politiek bedrijf tekenden. De verstandige burger kon de partijen missen als kiespijn.

Als Code Oranje dan ook ergens aan doet denken (behalve aan Jan Dijkgraaf), is het aan D66 in zijn begintijd. Dat wees de links-rechts-tegenstelling als verouderd af. Het moest gewoon, 'pragmatisch', gaan om het nemen van de beste besluiten. Volgens tegenstanders zou dat tot strikt technocratisch beleid leiden, en waren bovendien lang niet alle kwesties pragmatisch te beslechten.

Burgerzeggenschap
Dat kun je ook Code Oranje tegenwerpen. Ik vroeg Blase hoe in zijn 'nieuwe democratie' gereageerd zou zijn op de recente sluiting van zieken­huizen en hij antwoordt: "Op zijn minst niet abrupt sluiten." Iets minder abrupt dan maar? Of openhouden? En zo ja, wie neemt dan de verantwoordelijkheid voor het drastisch verhogen van de zorgpremies die nodig zal zijn voor het in stand houden van al die verlies­gevende ziekenhuizen?

Verantwoordelijkheid is het kernbegrip in de parlementaire democratie. "De actie van één bedrijf legde meer gewicht in de schaal dan de mening van 82 procent van onze inwoners," zegt Blase over de dividendbelasting.

Dat is zo, maar in laatste instantie moet dat kunnen, indien beleidsmakers dit in het belang van de toekomst van ons land achten. In het systeem van Code Oranje geven burgers volop hun meningen en standpunten ten beste, maar wie weegt de belangen tegen elkaar af die daarbij in het geding zijn?

Bovendien: in regionale en lokale voorbeelden van 'burgerzeggenschap' plegen burgers over beleid te beraadslagen met bestuurders die hun van harte aanmoedigen tot 'meedenken'. Maar in democratie gaat het om het bestaan van de mogelijkheid tot 'tegendenken'. Eventueel 'met de hakken in het zand'.

John Jansen van Galen, journalist en publicist Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden