null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Wie was het die daar op dit nachtelijke uur buiten stond te hoesten?

PlusMaarten Moll

De nacht behoort ons toe.

We slapen, en sluiten even de pandemie buiten. (Ik kan geen dromen onthouden.)

En in de nacht, door het een of ander ontwaakt, is het buiten stil.

Al keren er geluiden terug die lang niet gehoord zijn. Jongelui die aangeschoten en zingend door de straten fietsen. Alsof we iets aan het terugwinnen zijn.

Ik kan me er niet aan ergeren. Sterker, ik glimlach en zie mezelf weer zingend en zwalkend door de nachtelijke stad fietsen.

Vannacht hoorde ik iemand hoesten. Het was waarschijnlijk dat ik door het hoesten wakker was geworden. Het was een droge hoest, een paar keer achter elkaar. En het herhaalde zich. En nog een keer. Een voetganger die even stil was blijven staan om op die plek even helemaal uit te hoesten?

Ik ging erop letten.

Het was een hoest in drieën. Korte blafjes. Rokershoest.

Als je eenmaal een repeterend geluid hoort, een tik in de verwarmingsbuizen, een klepperend raam, zie dan nog maar eens in slaap te vallen. Het drijft me vaak tot woede.

Dus bleef ik wachten op de volgende serie.

En ik wachtte op nog iets anders. (Nu wordt het even vies.)

Het rochelen.

Ik denk wel het smerigste geluid dat er bestaat.

Ik herinner het me uit de zware-shagdagen van mijn vader. (Hij is alweer heel lang gestopt.)

Dat was ook iets waar je op ging liggen wachten, vroeger, ’s ochtends. Als je hem uit de slaapkamer hoorde komen, op weg naar de wc voor zijn dagelijkse ritueel.

De ochtendrochel.

Ik kan me voorstellen dat hij er even lekker goed voor ging staan en er de tijd voor nam, mijn vader. Voeten stevig aan weerszijden van de pot aan de grond verankerd. Misschien even het jubelen met de tenen. En dan het middenrif aanspannen en met een krakend geschraap heel diep uit de keel het groengele monster ophalen.

Door het hele huis hoorbaar. Soms was het plonsje van de rochel in de toiletpot ook hoorbaar.

Ik lag dan te gruwelen in bed en probeerde heel erg aan andere dingen te denken. Heel raar, maar het was alsof je naar dat geluid móest luisteren, alsof je je er niet voor kon afsluiten. Elke ochtend opnieuw.

En vannacht wachtte ik weer.

Wie was het die daar op dit nachtelijke uur buiten stond te hoesten?

Buurman Zwembad? Die altijd tegelijkertijd zijn hond uitlaat, rookt én op zijn mobiel kijkt. (De helft van zijn tuin bestaat uit zwembad.) Maar bij hem verwachtte je een hardere hoest.

Iemand die voor het verzorgingstehuis hiertegenover stond te roken?

Ik kwam er niet achter, want het hoesten was gestopt. Toch bleef ik nog heel lang liggen wachten op de rochel.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden