Opinie

'Wie verbindt stad en land? En wat doet de premier?'

John Jansen van Galen signaleert een kloof tussen de stad en het platteland. 'De wrok van het platteland ondermijnt het tanende vertrouwen in de politiek.'

De kloof tussen stad en platteland wordt steeds groter Beeld Lotte Bronsgeest

'Stadse fratsen,'' placht mijn toenmalige schoonvader-in-spe, een katholieke tuinder uit Medemblik, te mompelen als ik aan het eind van een beklemmende avond nog even een ommetje ging maken met zijn dochter. Het drukte de weerzin uit die men ten plattelande - 'in de regio' zeggen we tegenwoordig - ook nu heeft tegen witte of roetveegpieten, genderneutrale toiletten, pleidooien om minder vlees te eten en voor een rookverbod in de buitenlucht: stadse fratsen!

Die weerzin is gekoppeld aan een hang naar erkenning van carnavalsoptochten, bloemencorso's en fanfares waar stedelijke praatjesmakers natuurlijk niks mee hebben, maar die de kern uitmaken van 'ons wezen' als Nederlanders buiten de Randstad.

Ooit dachten we dat die tegenstelling tussen Randstad en regio zou uitslijten maar het tegenovergestelde is gebeurd. Midwinterblazen en klootschieten mogen zich in een nieuwe populariteit verheugen en regionale bands (Rowwen Hèze, Normaal, Bløf) scoren met hits in de streektaal. Het nieuwe parlementair jaarboek is zelfs geheel gewijd aan de tweedeling tussen stad en platteland, die de links-rechtstegenstelling langzamerhand lijkt te overstijgen.

De sluiting van de Limburgse mijnen, de gaswinning in Groningen, de uitdieping van de Westerschelde worden ter plaatse niet gezien als nationale problemen die om een oplossing vragen, maar als bewuste pogingen van de 'hoge heren in Den Haag' om de mensen buiten de Randstad dwars te zitten en te kleineren. Zo wordt het regeren er niet gemakkelijker op.

Zachte g
Hoe deze opleving van regionale sentimenten te verklaren? Ik ben, afkomstig van de Veluwezoom, behept met de 'zachte g-factor', en zie mij zelfs na zestig jaar niet als stadsmens, dus ik kan er wel iets van navoelen. Drees trok volgens mijn vader ambtenaren voor en wilde kleine zelfstandigen zoals hij de nek omdraaien.

Je had constant het idee dat 'ze' daar, onzichtbaar, ver weg in Den Haag, Hilversum en Amsterdam zaken bekokstoofden en bedisselden die jouw dagelijks leven bepaalden of beïnvloedden zonder dat jouw mening daarbij een rol speelde. Dan kunnen er nog zoveel Kamerleden en televisiepresentatoren uit het boerenland stammen en ook met een zachte g praten, de wrok dat met jou weer eens geen rekening is gehouden, neemt er niet door af ­- integendeel.

Bedreigend
Toen, in de jaren vijftig, bleef ons leven globaal gelijk. De pil moest nog worden uitgevonden, de maan was ongerept. Bij ons in de straat had slechts één man een auto - een handelsreiziger. De maatschappelijke en technologische stroomversnelling van de laatste drie decennia versterkt bij velen het gevoel dat hun levenswijze in hoog tempo ingrijpend wordt gewijzigd.

Dat zoals het heet je 'cultuur', je 'identiteit' wordt afgepakt. En dat dit wordt aangewakkerd en aangemoedigd door stedelijke elites die zelf baat hebben bij de veranderingen (en niet gehecht zijn aan Paasvuur of kievitseieren rapen). Dat is bedreigend. En daardoor ga je je verweren tegen 'stadse fratsen'.

Hoog tijd voor een ander
Hoe moeten bestuurders en politici hierop reageren? Het is nog niet zover dat regionale ressentimenten dreigen te leiden tot de afscheiding van landsdelen en zover zal het ook niet komen, want er is in Nederland geen traditie van separatisme.

De wrok van het platteland ondermijnt het al tanende vertrouwen in de regering en de politiek nog verder. De koning doet zijn best om de nationale eenheid te belichamen, maar erg overtuigend is hij daarin niet, minder dan zijn echtgenote die echter een buitenlandse is en bovendien de hele Nederlandse identiteit op losse schroeven heeft ­gezet.

En de minister-president? Dezer dagen balanceerde hij met wankele tred op het slappe koord tussen het recht op demonstratie en de ­volkswoede over Zwarte Piet. Zijn tekortkoming is niet dat hij geen behendig regent zou zijn, maar dat hij op beslissende momenten telkens weer de gedaante aanneemt van lijsttrekker van de VVD. En daardoor niet werkelijk een verbindend leidsman is.

Hoog tijd dus voor een andere premier die - zoals ooit Willem Drees, Piet de Jong, in zekere zin Ruud Lubbers, en Wim Kok - zich verheft boven zijn of haar partij en zo de wrokkige tweespalt tussen stad en platteland weet te ­ontstijgen.

John Jansen van Galen, journalist en publicist Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden