Joodse mannen, vrouwen en kinderen worden in 1943 weggevoerd nadat bewoners van het getto van Warschau tegen de Duitsers in opstand waren gekomen.

Opinie

‘Wie spreekt over makke schapen doet de waarheid geweld aan’

Joodse mannen, vrouwen en kinderen worden in 1943 weggevoerd nadat bewoners van het getto van Warschau tegen de Duitsers in opstand waren gekomen.Beeld Universal Images Group via Getty

Dat Joden zich tijdens de Duitse bezetting als makke schapen hebben laten wegvoeren, is een wijdverbreide aanname. Hij doet de waarheid geweld aan, stelt Chaja Polak.

De historicus Jacques Presser, noteerde in zijn boek Ondergang dat het verzet van Joden in Nederland ‘relatief dat van niet-Joden overtrof’. Toch houdt de wijdverbreide aanname stand dat Joden zich tijdens de oorlogsjaren willoos hebben laten afvoeren. Vanaf de bevrijding in 1945 tot de dag van vandaag worden Joodse overlevenden en hun kinderen lastiggevallen met het pijnlijke: Waarom hebben jullie je als makke schapen laten wegvoeren. Een waarom zónder vraagteken. Want het is geen vraag, het is een aanname.

De eerste keer dat mij die zogenaamde vraag werd gesteld – ik was nog een kind – stond ik sprakeloos. Als makke schapen? Zaten mijn ouders dan niet in het verzet? Zoals ook mijn oom Sam Polak. Verleende diens broer, Ben Polak, als arts niet met gevaar voor eigen leven medische bijstand aan ondergedoken Joden?

Gewapend verzet

Zij waren geen uitzonderingen en de voorbeelden van Joods verzet zijn talloos. Zoals dat van de Joodse zusjes Brilleslijper, beschreven door Roxane van Iperen in ’t Hooge Nest, twee zusjes die met hun strijd doorgingen tot zij werden opgepakt en gedeporteerd naar Auschwitz.

De nazi’s hebben er alles aangedaan om Joods verzet al in de kiem te smoren. In Nederland, door het sluipenderwijs invoeren van anti-Joodse maatregelen waardoor Joodse Nederlanders ten slotte werden uitgesloten van het openbare leven.

Waarom hebben jullie je als makke schapen laten wegvoeren. Punt. De Joodse bevolking heeft zich niet zomaar laten wegvoeren. Nee. Zij heeft zich verzet. Zij heeft persoonsbewijzen vervalst. Verzetsbladen volgeschreven, én verspreid. Joden hebben deelgenomen aan het vinden van onderduikadressen. Ze hebben gewapend verzet gepleegd.

Ze hebben zich ook verzet door níet te gehoorzamen. Door zich niet te melden wanneer zij daartoe werden opgeroepen, maar onder te duiken. Of zich van het leven te beroven.

Als ze zich niet hebben verzet, was dat vaak omdat ze te arm waren en geen onderduik konden betalen en niemand anders kenden dan andere al even arme Joden, en er geen plek was zich te verbergen.

En zij die wel de mogelijkheid hadden onder te duiken, maar zich toch vrijwillig meldden na een oproep van de nazi’s? Dan was het omdat ze een leven in angst op een onderduikadres niet dachten te kunnen verdragen. Dan was dat – ook – vanwege hun onterechte vertrouwen in een overheid die meewerkte met de bezetter. En omdat velen eenvoudig niet kónden geloven wat hen te wachten stond. Dan was het – vaak – omdat zij anderen niet in gevaar wilden brengen. Zoals mijn tante Jet en haar man en hun dochtertjes Mirjam en Hetty. Om die reden hebben ze zich gemeld. Zij werden vermoord in een van de kampen van het Oosten. Er waren er talloze.

Ik wil u het vernietigingskamp Treblinka in herinnering brengen. De opstand daar eren. De grote opstand op 2 augustus 1943. Toen Treblinka door Joodse gevangenen in brand werd gestoken, de nazi’s werden aangevallen en de gevangenen door de omheining braken. Weinigen overleefden, maar het betekende wel het einde van Treblinka.

Ik wil stilstaan bij de Russische schrijver en oorlogscorrespondent Vasili Grossman. Als een van de eersten betrad hij, met het Rode Leger, Treblinka’s schuldige grond. Hij zag. Hij vroeg. Hij luisterde. En schreef over wat hem ter ore kwam, ik citeer: ‘Er werd mij verteld van een jongeman die een SS-officier stak met een mes. Van een jongeman die, al naakt, een door hem verborgen gehouden granaat gooide in een groep beulen. Er werd ons verteld van het gevecht tussen opstandelingen en de SS, een gevecht dat een hele nacht duurde. Er werd ons verteld van het grote meisje dat ‘op de weg waarover geen terugkeer mogelijk is’ – de weg naar de gaskamers – een karabijn uit handen van een bewaker griste en terugvocht.’

Waarom hebben jullie je als makke schapen laten wegvoeren. Punt.

Uitbuiting en misbruik

Koningin Wilhelmina en haar regering vluchtten naar Londen. De Nederlandse Joden bleven achter, overgeleverd aan de bezetter. Koningin en regering lieten na de Nederlandse bevolking op te roepen hun Joodse landgenoten te helpen en bij te staan. Dus werd er om hen heen weggekeken. Dus werd er zoveel mogelijk gewoon doorgeleefd. En werd er om hen heen gecollaboreerd.

En waren er mensen die onderduikers in huis namen, alléén om geld. Of, als goedkope en uitgebuite hulp in de huishouding, zoals dichteres Hanny Michaelis. En er waren mensen die de hun toevertrouwde Joodse onderduikkinderen seksueel misbruikten.

Maar, tegen álle repressie in, waren er mensen die hun leven waagden, die Joden in huis namen en álles deden om hen te helpen en te redden. Zoals de vriend van mijn vader. Hij en zijn vrouw namen eerst mij in huis, later mijn moeder, nog later mijn vader. Kort daarop werden wij verraden.

En altijd weer die zogenaamde vraag, waarom hebben jullie je als makke schapen laten wegvoeren. Punt. Omdat er een gebrek heerst aan werkelijke en gedegen kennis van de Shoah. En naast dit gebrek vermoeidheid zich daar nog in te willen verdiepen. En vooral onverschilligheid, naast regelrecht antisemitisme.

Wereldwijd wordt de geschiedenis van de Shoah misbruikt en gemanipuleerd. En wordt vergeten dat de Shoah het dieptepunt is van wat de mens de mens heeft aangedaan. Het ijkpunt van het kwaad.

Voor hen die door het naziregime zijn omgebracht, zijn wij verantwoordelijk te doen wat in ons vermogen ligt hun lijden, hun verzet, hun geschiedenis – die een geschiedenis is van de mensheid – ongeschonden voor het voetlicht te brengen.

Deze tekst is een bewerking van een toespraak die Chaja Polak op 25 februari 2020 heeft gehouden bij het monument van het Joods Verzet in Amsterdam.

Chaja Polak, auteur van onder andere De man die geen hekel had aan Joden: Een botsing met het verleden.Beeld Hanna Snijder
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden