Opinie

'Wie redt de lokale ondernemer?'

Hoge huren en een nadruk op wonen maken lokaal ondernemerschap in de stad tot een zorgenkindje. Verdwijnen kleine bedrijven uit Amsterdam?

Winkel annex koffiebar Pluk in de Berenstraat. De Negen Straatjes lijden onder extreme huren. Beeld Carly Wollaert

Een jaar geleden riepen wij op tot bescherming van onze zelfstandige ondernemers. Uitgerekend zij leggen het in onze winkelstraten af tegen internationale merken en winkelketens. We vroegen om maatregelen en kwamen met voorbeelden uit tal van internationale steden.

Toenmalig wethouder Kajsa Ollongren verordonneerde daarop een buitenlandonderzoek, resulterend in een quickscan van acht steden en een inspirerende lijst mogelijkheden om kleine ondernemers en unieke winkels te beschermen. Ook werd extern juridisch advies ingewonnen.

Wat blijkt? Het opnemen van speciale beleidsregels in het bestemmingsplan is een effectief middel om grenzen te stellen aan het aantal vestigingen van een winkelmerk in een gebied!

Ollongrens opvolger Udo Kock deed vervolgens het rapport af met de conclusie: 'een direct verband tussen het weren van winkelketens en de verdringing van het huidige winkelbestand is niet aantoonbaar'. Rapportje gezien, laatje dicht. Daar lijken we het mee te moeten doen.

Daarom, na de verkiezingen, een nieuwe oproep voor bestuurlijke visie en strijdlust voor zelfstandig ondernemers in de grachtengordel. Kijk eens naar San Francisco, waar de uitgebreide toets of een winkel welkom is in een aantal buurten leidde tot behoud van het diverse karakter.

Het gaat daarbij niet om een verbod van ketens, maar om een gereguleerd vestigingsbeleid om eenheidsworst en huurprijsopdrijving tegen te gaan. Om niet nog meer zelfstandig ondernemers te verliezen. En zou zo'n middel de stad in het verleden niet ook hebben geholpen bij het in toom houden van fastfoodketens en een overdaad aan toeristenticketloketten?

Spijkerbroeken en groot geld
Natuurlijk heeft Amsterdam inmiddels ook zo haar maatregelen genomen, zoals het moedige Voorbereidingsbesluit om meer toeristenwinkels te voorkomen. Of de convenanten in het 1012 gebied. Voor winkelstraten in de grachtengordel is dit echter niet afdoende.

Daar draaien de problemen niet zo zeer om Nutella en fout geld, maar om spijkerbroeken en groot geld, bij wijze van spreken. Juist daar zijn winkelmakelaars als B&O actief om op 'no cure no pay'-basis onmogelijke huurverhogingen door te voeren.

Juist daar kopen investeerders grootschalig winkelpanden op en laten ze desnoods leegstaan. Om niet te spreken van pandeigenaren die zittende huurders met het oog op huurmaximalisatie met juridische spelletjes wegpesten.

Hogehuurbacterie
Het lijkt inmiddels een gebruikelijke krantenkop: 'Kleine bedrijven worden verstoten door internationale winkelketens en durfkapitalisten'. Dat wordt ook in de hand gewerkt door de ruim vijfhonderd fiscale deals die de Belastingdienst alleen al vorig jaar sloot met grote merken en ketens. Met deze zogeheten rulings krijgen deze firma's immers aanzienlijke kortingen op hun afdrachten.

Is dat niet een vorm van oneerlijke concurrentie, die zelfstandig ondernemers bij voorbaat op achterstand zet?

Denk daarbij ook aan de groei van het aantal speculatieve investeerders die gretig schoenenmerken en hele modehuizen opkopen, of gokken met weer een nieuw jeansmerk of zoete snack. Of de heersende hogehurenbacterie. En het zal niemand nog verbazen dat zelfstandige ondernemers uit de binnenstad dreigen te verdwijnen.

Helaas kunnen we voor hun behoud niet vertrouwen op de onzichtbare hand van de vrije markt. Daarvoor is politiek lef nodig en dynamische regelgeving. En daarvoor zou Amsterdam zich ook in Den Haag moeten melden om te gaan pionieren met de aanstaande omgevingswet om zo nieuwe oplossingen te creëren.

Welke partij ziet nu, na de verkiezingen, het ­belang van zelfstandige ondernemers voor de werkgelegenheid voor Amsterdammers, lokale herinvestering en sociale cohesie, maar vooral ook voor onderscheidend vermogen en een duurzaam gezond centrum?

Zonder de unieke winkels van zelfstandige ondernemers lijken alle binnensteden straks op elkaar!

Lony Scharenborg namens stichting De Grachtengordel (verenigde ondernemers van De 9 Straatjes, Spiegelkwartier, De Vijzel en Utrechtsestraat).

Wat is een stad zonder ruimte voor werk?

De belangstelling voor Amsterdam is zo groot dat het inwoneraantal zou kunnen verdubbelen. Gelukkig gebeurt dat niet en zet de gemeente in de groeistrategie Koers 2025 in op de bouw van minstens 50.000 nieuwe woningen in tien jaar.

In die koers wordt in totaal ruim 230 hectare bedrijventerrein aangewezen voor transformatie en 160 ­hectare wordt uit de markt gehaald. Een gigantische hap uit bedrijven­terreinaanbod. In het plan Ruimte voor de economie van morgen beschrijft de gemeente Amsterdam ­minutieus de aanpak.

Het komt het erop neer dat in ­transformatiegebieden ook ruimte blijft voor werk. Op de begane grond van nieuwe woontorens mogen ­hippe stadsverzorgende bedrijven een plekje innemen.

Stadsverzorgende bedrijven zijn in dit geval mensen die een ambacht uitoefenen, kleinschalige productie doen en bedrijven die een mix willen van kantoor- en bedrijfsruimte. Een visie gericht op digital nomads en lokale makers met baarden, 3D-printers en robotarmen.

Voor de laatste kavels bedrijventerrein maakt de gemeente Amsterdam duidelijke keuzes, zo valt te lezen in de visie. Er is nog 60 hectare aan beschikbare uitgeefbare grond voor bedrijventerreinen.

Theoretisch heeft de gemeente nog 60 hectare, maar feitelijk gaat het nog slechts om enkele hectaren die nog niet vergeven zijn. Als je alle visieplannen op elkaar legt, dan blijkt de schaarse grond al meerdere keren vergeven.

Amsterdam wil vooral woningen bouwen. Geen bouwbedrijven, geen logistieke operaties, vooral niet te veel overlast. De ondernemer die het groter aanpakt, waar enige vorm is van geluids- of geuroverlast, wordt gewezen op bedrijventerreinen ­elders in de Metropoolregio.

Lelijke bedrijventerreinen
Ontwikkelaars en planologen komen niet voor niets voor woningbouw bij bedrijventerreinen uit. Ze zijn saai, lelijk en vaak slecht georganiseerd. Met grote zakken geld staan ontwikkelaars bij bedrijven op de stoep om ze uit te kopen.

Niet verkeerd natuurlijk en een manier om flink te cashen als ondernemer. Alleen maar winnaars zou je zeggen. Ondernemer blij, ontwikkelaar blij en gemeente blij, maar wat is een stad zonder werk voor de mbo'er?

Net als de sociale huurwoningvoorraad is werk voor de bewoners van de sociale huurvoorraad ook een maatschappelijke op­gave.

Vastgoedadviseur Cushman en ­Wakefield riep onlangs terecht op tot het behoud van de maakindustrie in steden, vooral omdat dit volgens de adviseur goed is voor levendige steden.

Lector van De Ondernemende Regio van Fontys, Cees-Jan Pen, zei onlangs hetzelfde: 'In Nederland durf je haast niet te zeggen dat ongeveer 30 procent van onze banen te vinden is bij gewone bedrijven op gewone bedrijventerreinen en dat woonfuncties vaak funest zijn voor de vitaliteit van deze gebieden.'

Ook vanuit doordachte planologie valt er veel voor te zeggen om binnenstedelijk ruimte te behouden voor bedrijven. De verwachting is dat de stadslogistiek steeds fijnmaziger wordt en vooral gebaat is bij lokale ophaal- en afleverpunten en tegelijkertijd brengt de wens voor de omschakeling naar een circulaire economie ook een flinke geluid- en geuroverlast met zich mee.

Recyclebedrijven staan garant voor overlast. Daar wil je niet naast wonen. Wonen is zonder twijfel de grote opgave, maar wat is een stad zonder ruimte voor werk?

Jeroen Bruinenberg, hoofdredacteur van BT, vakblad voor de versterking van regionale economie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden