Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Wie maakt van mij een steeds onverdraagzamer wezen?

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Het korte lontje was ooit een lange lont. De lont van verdraagzaamheid. Als je goed keek stond erop geschreven: ‘Ach, laat maar, ik ben ook jong geweest, ze weten niet beter, ze zijn gewoon tegendraads...’

Maar mijn lange lont wordt steeds uitgetrapt.

Ze mikken vuurwerk op ambulancepersoneel, op je hond, op mij!

Ik wil geen gezellige vuurpijl meer om de geesten van het oude jaar te verjagen. Ik wil een echte granaat, een echte bom, een echte kalasjnikov! Ik denk niet meer: wat vreselijk al die ogen die uit de schedel zijn geknald! Ik denk: eigen schuld, domoor, en ik hoop dat je vriendjes, die het ambulancepersoneel gingen bestoken, overdekt raken met pestbuilen en onderhuidse rode mieren die je eeuwige jeuk bezorgen.

Woede frustreert en frustratie maakt woedend.

Maar ik zeg en doe verder niks.

Wie maakt van mij een steeds onverdraagzamer wezen?

Ben ik dat zelf, of zijn dat anderen? Is mijn onverdraagzaamheid terecht? Als ik begaan ben met de maatschappij, is mijn woede die wil dat ik stevig en steeds steviger ingrijp als ik sadisme waarneem, dan niet een vorm van betrokkenheid, van oprechte solidariteit?

Op de sociale media zijn er functionarissen die menen dat juist Zelenski voor een oorlogstribunaal moet verschijnen. Ze ondersteunen dat met filmpjes die laten zien hoe Oekraïense soldaten Russische soldaten afslachten. Er zijn ook andere filmpjes van steden en dorpen die door de Russen totaal in puin zijn geschoten, en fraaie beelden van halve mensen zonder hoofd of armen. Of een bebloede kinderwagen naast een gescheurde zak waar de boodschappen (potjes babyvoer) nog in zitten.

Welke goede menselijke eigenschappen zijn dan eigenlijk nog ‘goed’ te noemen?

Is haat dan niet rechtvaardig? En wraak? Eigenschappen die de lust tot vereffening op een wrede manier stimuleren?

Tegen een moeder die haar dochter en kleinkind door een bombardement heeft verloren, zou ik niet durven zeggen: “Aan uw haat en wraak hebben we ook niets, oma.”

Ik kom uit een familie waar wapengekletter van hun naoorlogse gevoelsleven een brij had gemaakt.

Af en toe ontsnapte er een verbaal rotje uit de mond van mijn vader of moeder. Een onmachtig, wrokkig knalletje. Soms een loze vuurpijl. Die keer bijvoorbeeld toen mijn moeder naar een demonstratie ging, gericht tegen Keizer Hirohito van Japan die in Amsterdam bij onze Koningin op bezoek was.

“Vuile schoft! Als ik een pistool had schoot ik je dood!” schreeuwde ze. Daarna kon zij nachten niet slapen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden